Dit artikel is gebaseerd op het consensusrapport van de National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine (2025), ‘Blueprint for a National Prevention Infrastructure for Mental, Emotional, and Behavioral Disorders’. Het zet de kernboodschappen van het rapport uiteen en de implicaties ervan voor professionals in preventie en gezondheidsbevordering, met oog voor wat een Europees land kan overnemen uit een document dat voor de Verenigde Staten is geschreven, en voor de bijdrage die aanpakken zoals Communities That Care (CTC) kunnen leveren.
Inleiding: de behoefte aan een sterke preventie-infrastructuur, ook in Europa?
De Verenigde Staten staan voor een groeiende crisis van psychische gezondheid en middelengebruik, met hoge menselijke en economische kosten, en gemarginaliseerde groepen worden het hardst getroffen. Behandeling en revalidatie zijn belangrijke antwoorden, maar het voorkomen van psychische, emotionele en gedragsstoornissen, hier gemakshalve aangeduid als psychische en gedragsproblemen, krijgt vaak minder aandacht en minder middelen. Het rapport van de National Academies betoogt overtuigend dat veel van deze stoornissen te voorkomen zijn, en dat een robuustere nationale preventie-infrastructuur doorslaggevend is om te verminderen en te versterken over de hele levensloop. Europese gezondheids- en sociale stelsels verschillen van het Amerikaanse, en van elkaar. Toch is de vraag het stellen waard: zijn de uitdagingen en de oplossingen die het rapport benoemt relevant voor een Europees land? Dit artikel schetst de kerncomponenten van zo’n infrastructuur en laat het aan de lezer over ze naast het eigen nationale landschap te leggen.
De zes pijlers van een preventie-infrastructuur
Als geheel gelezen beschrijft het rapport zes pijlers. De samenvatting is van ons; de inhoud is die van het rapport.
- Evidentie en beleid: verankering in wetenschappelijke kennis; ondersteunende wetten, richtlijnen en programma’s.
- Beroepsgroep: een toereikend aantal gekwalificeerde, diverse en fatsoenlijk betaalde preventieprofessionals.
- Data en monitoring: systematische verzameling en gebruik van gegevens voor behoeftebepaling, planning, sturing en evaluatie, met inbegrip van gegevens op wijkniveau.
- Governance en partnerschappen: duidelijke sturing en verantwoording; effectieve coördinatie tussen bestuurslagen en over sectoren heen; sterke partnerschappen.
- Financiering: toereikende, duurzame en flexibele financieringsmodellen voor preventiemaatregelen en -structuren.
- Implementatie en gelijkheid: effectieve overdracht van kennis naar de praktijk; vermindering van ongelijkheid en aandacht voor kwetsbare groepen.
De pijlers zijn onderling afhankelijk en beïnvloeden elkaar. Leidende principes zoals gezondheidsgelijkheid en implementatieonderzoek lopen door alle pijlers heen.
Belangrijkste bevindingen van het Amerikaanse rapport: bouwstenen voor effectieve preventie
Het rapport benoemt verschillende sleutelgebieden die onmisbaar zijn voor het opbouwen van een effectieve en duurzame preventie-infrastructuur. De bevindingen zijn ontleend aan de Amerikaanse situatie. Na elke bevinding noteren wij de vraag die zij aan een Europees land stelt.
- Een versnipperd landschap en onbenut potentieel. De Amerikaanse preventie-infrastructuur is versnipperd en ongelijk ontwikkeld. Er zijn overheidsinstanties op elk niveau, academische netwerken en nationale verenigingen, maar de structuren voor het voorkomen van middelengebruik zijn beter ontwikkeld dan die voor het bevorderen van psychische gezondheid, en de aandacht gaat vaak alleen naar kinderen en adolescenten. Het rapport benadrukt dat leemten gedicht moeten worden en dat bestaande systemen (gezondheidszorg, openbare gezondheidszorg, onderwijs) als fundament moeten dienen.
De vraag voor een Europees land: waar houdt, ondanks gevestigde structuren, de versnippering aan tussen nationale, regionale en lokale overheid, en tussen afdelingen? Hoe goed zijn verslavingspreventie en de bevordering van psychische gezondheid op elkaar afgestemd? - Bewezen effectieve programma’s en implementatiewetenschap als kern. Voor preventieve interventies bestaat een solide evidentiebasis, vooral voor jonge doelgroepen (bijvoorbeeld het Nurse-Family Partnership en de Good Behavior Game). Het hoofdprobleem is de overdracht naar de praktijk. Implementatiewetenschap, hoe ‘wat werkt’ werkelijk bij mensen aankomt, wordt als doorslaggevend aangewezen. Aanpassing aan de context en participatieve ontwikkeling zijn wezenlijk.
De vraag voor een Europees land: de kloof tussen onderzoek en praktijk is overal bekend. Hoe kunnen geëvalueerde programma’s op schaal en met kwaliteitsborging worden uitgevoerd? Hoe kan implementatieonderzoek worden versterkt en systematische aanpassing worden aangemoedigd? - De behoefte aan gecoördineerde governance en partnerschappen. De sturing in de Verenigde Staten is versplinterd. Het rapport pleit voor duidelijke governancestructuren, centrale coördinatie in het Witte Huis, sterkere coördinatie binnen het federale ministerie van Volksgezondheid, en een structurele verandering bij het federale agentschap voor middelengebruik en psychische gezondheid om de bevordering van psychische gezondheid op gelijke voet te brengen met verslavingspreventie. Sterke sectoroverstijgende partnerschappen zijn onmisbaar.
De vraag voor een Europees land: of het nu federaal, regionaal of als eenheidsstaat is georganiseerd, elke Europese staat verdeelt de verantwoordelijkheid voor preventie over bestuurslagen en over ministeries. Waar zou sterkere coördinatie synergie kunnen opleveren? Hoe kunnen bestaande partnerschappen worden versterkt? De oproep van het rapport om mensen met eigen ervaring in stuurorganen op te nemen, is een impuls die overal navolging verdient. - Onderfinanciering en de behoefte aan duurzame financieringsmodellen. Preventie in de Verenigde Staten is massaal ondergefinancierd; de geschatte federale uitgaven van ongeveer 4,57 miljard Amerikaanse dollar zijn ontoereikend. Het rapport stelt budgetverhogingen en innovatieve financieringsmechanismen voor, zoals flexibiliteit binnen het publieke zorgverzekeringsprogramma voor huishoudens met een laag inkomen, geoormerkte belastingen en de maatschappelijke verplichtingen van ziekenhuizen zonder winstoogmerk.
De vraag voor een Europees land: ook waar een wettelijke basis voor preventiefinanciering bestaat, is die dan toereikend, flexibel en goed gericht? Zijn de bijdragen van zorgverzekeraars of de nationale gezondheidsdienst toereikend voor structurele preventie, en niet alleen voor afzonderlijke programma’s? Hoe kunnen gemeentelijke preventiebudgetten structureel worden gemaakt? Zijn geoormerkte heffingen, of het betrekken van niet-traditionele financiers, het overwegen waard?
Communities That Care als manier om de infrastructuur lokaal te versterken
Het Amerikaanse rapport pleit voor gestructureerde, datagestuurde en gemeenschapsgerichte aanpakken om preventie te verbeteren. Dat is precies waar Communities That Care begint, en het is een aanpak met twee decennia Europese ervaring achter zich. CTC biedt een kader dat veel van de uitdagingen die het rapport benoemt, kan aanpakken:
- Gestructureerde governance en partnerschappen: CTC berust op de opbouw van een lokale stuurgroep en een die verantwoordelijkheid nemen voor het preventieproces. Dat komt overeen met de oproep tot duidelijke lokale governance en sterke partnerschappen.
- Datagestuurde behoeftebepaling en prioritering: een kern van CTC is het systematisch verzamelen en analyseren van lokale gegevens over risico- en beschermende factoren met een gestandaardiseerde jongerenenquête. Daarmee kunnen de meest urgente problemen en aangrijpingspunten in een gemeenschap op basis van evidentie worden vastgesteld, en wordt de leemte in lokale gegevens gedicht die het rapport bekritiseert.
- Keuze van bewezen effectieve programma’s: op basis van de gegevens kiest de coalitie preventieprogramma’s met aangetoond effect die bij de vastgestelde prioriteiten passen, met behulp van een interventiedatabank. Dat bevordert het gebruik van maatregelen waarvan is aangetoond dat ze werken, zoals het rapport verlangt, en helpt de gemeenschap haar weg te vinden in het enorme aantal programma’s en clearinghouses, een moeilijkheid die het rapport beschrijft.
- Implementatieondersteuning: CTC is zelf een implementatiestrategie. Via gestructureerde processen, training en coaching helpt het coalities de gekozen programma’s met succes en duurzaam uit te voeren. Dat pakt de implementatiekloof rechtstreeks aan.
- Nadruk op het gemeenschapsniveau: CTC bouwt lokale capaciteit op en bevordert het eigenaarschap van de gemeenschap over haar eigen preventiewerk, een centraal element voor duurzaamheid en draagvlak.
Door een systematisch, participatief en datagestuurd proces te bieden voor het plannen en uitvoeren van preventie, kan CTC in elke Europese gemeente wezenlijk bijdragen aan de opbouw van de samenhangendere, effectievere en beter gerichte preventie-infrastructuur die het Amerikaanse rapport noodzakelijk acht.
Praktische implicaties voor professionals in preventie en gezondheidsbevordering
Het rapport biedt waardevolle impulsen voor de preventiepraktijk, waar het ook wordt gelezen:
- Versterk de implementatiecompetentie. Het rapport onderstreept dat het niet volstaat goede programma’s te hebben; ze moeten ook aankomen. Voor professionals betekent dit dat zij hun eigen implementatiecompetentie moeten uitbreiden. Hoe kies ik het juiste programma? Hoe pas ik het aan? Hoe evalueer ik proces en effect? Kennis van implementatiestrategieën is centraal, en training en uitwisseling daarover doen ertoe.
- Geef sectoroverstijgende partnerschappen actief vorm. Preventie is een sectoroverstijgende opgave. Netwerken opbouwen met kinderopvang, scholen, jeugdhulp, artsen, zorgverzekeraars of gezondheidsdiensten is doorslaggevend voor blijvend succes. Professionals moeten zichzelf zien als netwerkers en actief het initiatief nemen tot samenwerking en die begeleiden.
- Zet gezondheidsgelijkheid centraal. Het rapport waarschuwt ervoor ongelijkheid over het hoofd te zien. In geen enkel Europees land hebben mensen gelijke kansen op psychische gezondheid. Preventievoorzieningen moeten kwetsbare groepen doelbewust bereiken, wat cultuursensitieve aanpakken, laagdrempelige toegang en participatieve ontwikkeling vereist.
- Gebruik data en dicht dataleemten. Preventie heeft een solide gegevensbasis nodig. Professionals moeten de beschikbare gegevens gebruiken en aangeven waar ze ontbreken. Het rapport pleit voor vergelijkbare gegevens op wijkniveau, een behoefte die ook in veel Europese gemeenten bestaat.
- Pleit voor preventie. De structurele onderfinanciering en de vaak lage prioriteit van preventie zijn ook in Europa voelbaar. Professionals hebben een belangrijke rol als pleitbezorgers. Zij kunnen argumenteren vanuit evidentie en aandringen op betere randvoorwaarden.
De implementatiecyclus van preventie
De aanbevelingen van het rapport laten zich samenvatten in een cyclus die doorlopend, gemeenschapsgericht en datagestuurd is. Onze weergave, naar het rapport:
- Behoefte- en probleemanalyse: wat is het probleem? Welke gegevens en informatie hebben we nodig?
- Keuze van de interventie: welke bewezen effectieve maatregel past?
- Analyse van de betrokkenen: wie moet erbij betrokken worden? Wie zijn de partners?
- Contextanalyse: wat zijn de lokale belemmeringen en bevorderende factoren?
- Planning en logisch model: hoe gaan we te werk? Wat zijn de doelen en de middelen?
- Evaluatie: wordt het programma uitgevoerd zoals gepland? Werkt het?
- Aanpassing: moeten we iets veranderen of bijstellen?
- Consolidatie en duurzaamheid: hoe borgen we het succes op lange termijn?
Conclusie: leren van de Amerikaanse blauwdruk
Het Amerikaanse rapport is veel meer dan een analyse van Amerikaanse omstandigheden. Het houdt elk nationaal preventiesysteem een spiegel voor, en de structurele uitdagingen die het laat zien – versnippering, implementatiekloven, financieringsvragen en de noodzaak om gelijkheid serieuzer te nemen – zullen lezers in de meeste Europese landen bekend voorkomen. Welke ervan van toepassing zijn, en hoe scherp, moet elke lezer beoordelen aan de hand van het eigen stelsel.
Het versterken van de preventie-infrastructuur – door betere coördinatie, een consequente oriëntatie op evidentie en implementatie, financiering die bij de behoefte past, een gekwalificeerde beroepsgroep en goede gegevens – is overal een blijvende opgave. Het rapport levert waardevolle argumenten en concrete aanknopingspunten voor hoe dat kan slagen. Voor professionals in preventie en gezondheidsbevordering is het een oproep om na te denken over hun eigen rol in het systeem, de implementatiekwaliteit te verhogen, netwerken te versterken en aan te dringen op de noodzakelijke randvoorwaarden. Aanpakken zoals Communities That Care bieden een veelbelovend, gestructureerd kader om deze uitdagingen op gemeentelijk niveau aan te gaan. Een robuuste, rechtvaardige en wetenschappelijk onderbouwde preventie-infrastructuur is een beslissende investering in de psychische gezondheid van een bevolking, in de Verenigde Staten net als in Europa.
Literatuur
National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine. (2025). Blueprint for a national prevention infrastructure for mental, emotional, and behavioral disorders. The National Academies Press. https://doi.org/10.17226/28577