Naar de inhoud
De aanpak

De aanpak

Risico- en beschermende factoren, het Sociaal Ontwikkelingsmodel en waarom participatie niet optioneel is: de wetenschap waarop Communities That Care is gebouwd.

Inhoud
  1. 01Risico- en beschermende factoren
  2. 02Het Sociaal Ontwikkelingsmodel
  3. 03Waarom participatie geen keuze is

Risico- en beschermende factoren

De kernbouwsteen van Communities That Care is het concept van risico- en beschermende factoren. Tientallen jaren onderzoek laten zien dat bepaalde omstandigheden en invloeden in het leven van een jongere de kans op probleemgedrag vergroten, of het nu gaat om middelengebruik, geweld, criminaliteit of schooluitval. Dat zijn risicofactoren. Andere omstandigheden verkleinen die kans en bevorderen een gezonde ontwikkeling. Dat zijn beschermende factoren.

Beide zijn in elk levensdomein van een jongere te vinden:

  • Individu en leeftijdgenoten: persoonlijke opvattingen, zoals de neiging om risico’s te nemen en de houding tegenover probleemgedrag, de vriendenkring, vroege gedragspatronen.
  • Gezin: de opvoedingsstijl, waaronder toezicht en duidelijke regels, de samenhang in het gezin, conflicten, en de houding van de ouders zelf tegenover probleemgedrag.
  • School: binding met school, schoolsucces, het schoolklimaat en de mogelijkheden om mee te doen.
  • Gemeenschap en buurt: sociale banden, de beschikbaarheid van drugs of wapens, gedeelde normen en mogelijkheden om betrokken te zijn.

Wat dit zo bruikbaar maakt, is dat veel van deze factoren niet-specifiek zijn. Eén verhoogde risicofactor, zoals weinig binding met school, vergroot het risico op meerdere problemen tegelijk, bijvoorbeeld zowel op drugsgebruik als op criminaliteit. Een sterke beschermende factor, zoals samenhang in het gezin, beschermt op dezelfde manier tegen meerdere problemen.

CTC brengt deze kennis in de praktijk door een gemeenschap te helpen vaststellen, aan de hand van lokale gegevens en vooral de CTC-jongerenenquête, welke risico- en beschermende factoren bij haar eigen kinderen en jongeren het sterkst aanwezig zijn. Dat maakt preventieplanning gericht en doelmatig: de middelen gaan naar waar de lokale cijfers zeggen dat ze nodig zijn.

Het Sociaal Ontwikkelingsmodel

De ontwikkelingstheorie die verklaart hoe deze factoren werken, en hoe een positieve ontwikkeling kan worden bevorderd, is het Sociaal Ontwikkelingsmodel (Social Development Model) van J. David Hawkins en Richard F. Catalano.

Het model beschrijft hoe jongeren sociaal gedrag aanleren, zowel prosociaal als problematisch. Centraal staat binding met sociale eenheden die prosociaal gedrag aanmoedigen: het gezin, de school, positieve vriendengroepen en de bredere gemeenschap. Zulke sterke banden behoren tot de belangrijkste beschermende factoren die er zijn.

Zulke banden ontstaan en worden sterker wanneer aan drie voorwaarden is voldaan:

  • Kansen: kinderen en jongeren hebben gelegenheid nodig om actief en betekenisvol deel te nemen aan het gezin, de school en het leven in de gemeenschap, om iets bij te dragen, verantwoordelijkheid te nemen en een positief verschil te maken.
  • Vaardigheden: ze hebben de sociale, emotionele en cognitieve competenties nodig om die kansen te benutten en met uitdagingen om te gaan, waaronder communiceren, problemen oplossen en zelfregulering.
  • Erkenning: hun inzet, betrokkenheid en prosociale gedrag moeten worden opgemerkt, erkend en gewaardeerd. Die erkenning versterkt het gedrag en verdiept de binding.

Wanneer alle drie aanwezig zijn, ontwikkelen jongeren een sterke emotionele band met deze prosociale eenheden. Via die band nemen ze de waarden, normen en overtuigingen van de groep over, en vormen ze gezonde opvattingen en duidelijke normen voor hun eigen gedrag.

Het resultaat: jongeren met sterke prosociale banden gedragen zich vaker zelf prosociaal, zetten zich vaker positief in voor hun gemeenschap en zijn weerbaarder tegen negatieve invloeden. Omgekeerd leiden zwakke banden met prosociale eenheden, of sterke banden met antisociale eenheden zoals delinquente vrienden, tot het overnemen van problematische normen en problematisch gedrag.

Hawkins & Catalano · 1996Fig. 1

De Sociale Ontwikkelingsstrategie

Hoe banden ontstaan, en waarom ze tot gezond gedrag leiden: de causale keten achter elk CTC-programma.

Verken het model
  1. Voorwaarden

    Drie dingen die de gemeenschap moet bieden.

    Voordat een jongere een duurzame band met een groep kan opbouwen, moet aan drie voorwaarden zijn voldaan, tegelijk, niet één voor één.

    • Kansendeelname en betrokkenheid
    • Vaardighedencompetenties en bekwaamheden
    • Erkenningwaardering en lof
  2. Binding

    Erbij horen en vertrouwen krijgen vorm.

    Uit deze combinatie groeit een duurzame band met de groep of de gemeenschap: het kind voelt dat het erbij hoort en ontwikkelt vertrouwen.

  3. Gezonde opvattingen

    Binding plus duidelijke normen worden eigen waarden.

    Waar de groep waaraan een kind zich bindt, naar duidelijke, gezonde normen leeft, neemt het kind die normen over als innerlijke houding en overtuiging.

    • Duidelijke normenexpliciete gezonde normen waarnaar de referentiegroep leeft
  4. Gedrag

    Gezond, prosociaal gedrag.

    Uit eigen waarden volgt gezond, prosociaal en gezondheidsbevorderend gedrag, het doel van het hele proces.

Fig. 1De Sociale Ontwikkelingsstrategie, de praktische vorm van het Sociaal Ontwikkelingsmodel (Catalano & Hawkins, 1996), in een redactionele CTC-visualisatie.

Waarom participatie geen keuze is

Het Sociaal Ontwikkelingsmodel maakt duidelijk dat participatie een wezenlijk onderdeel is van effectieve preventie. Echte betrokkenheid is wat de kansen schept waardoor jongeren überhaupt banden opbouwen.

Participatie is net zo belangrijk op het niveau van de instellingen in de gemeenschap. Het hele CTC-proces is ontworpen om de eigen capaciteit van de gemeenschap te versterken. Hoe het preventieteam, de sleutelfiguren en de werkgroepen dat werk verdelen, staat fase voor fase op de pagina over de vijf fasen:

  • Gezamenlijke analyse: de lokale CTC-coalitie, samengesteld uit verschillende sectoren en idealiter met bewoners en jongeren zelf, bekijkt de lokale gegevens samen.
  • Gezamenlijke besluiten: de coalitie stelt samen prioriteiten en beslist welke bewezen effectieve programma’s worden ingevoerd.
  • Lokaal eigenaarschap: actieve deelname zorgt voor een gevoel van eigenaarschap over de preventiestrategie. Maatregelen worden niet van buitenaf opgelegd; de gemeenschap ontwerpt en voert ze zelf uit.

Deze participatieve werkwijze is niet alleen een principe van gezondheidsbevordering. Het is een gedocumenteerde factor in de duurzaamheid en effectiviteit van gemeenschapsgerichte preventie. Ze bouwt aan wat onderzoekers community capacity noemen: het vermogen van een gemeenschap om preventie op eigen voorwaarden te plannen, uit te voeren en vol te houden.

Onderzoeksmatrix

Risicofactoren en wat ze voorspellen

De matrix laat zien welke risicofactoren door ten minste twee longitudinale studies in verband zijn gebracht met de vijf vormen van probleemgedrag in de adolescentie. Kies de i naast een factor om de toelichting te openen zonder het overzicht te verliezen.

Factoren
19
Domeinen
4
Gedragingen
5
Samenhang gedocumenteerdgeen gedocumenteerde samenhang

GEZIN4 factoren

  • Geschiedenis van probleemgedrag in het gezin
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Problemen met gezinsmanagement
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Conflicten in het gezin
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Goedkeurende houding van ouders tegenover probleemgedrag
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst

SCHOOL3 factoren

  • Vroeg en aanhoudend antisociaal gedrag
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Slechte schoolprestaties vanaf de bovenbouw van de basisschool
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Weinig binding met school
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst

KINDEREN EN JONGEREN5 factoren

  • Vervreemding en opstandigheid
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Vrienden die probleemgedrag vertonen
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Goedkeurende houding tegenover probleemgedrag
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Vroeg begin van het probleemgedrag
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Constitutionele factoren
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst

BUURT / GEMEENSCHAP7 factoren

  • Beschikbaarheid van drugs
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Beschikbaarheid van wapens
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Normen in de gemeenschap die probleemgedrag goedkeuren
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Geweld in de media
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Verhuizingen en mobiliteit
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Weinig binding met de buurt en sociale desorganisatie
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst
  • Extreme economische en sociale achterstand
    • Geweld
    • Delinquentie
    • Alcohol- en drugsmisbruik
    • Schooluitval
    • Depressie en angst

Bron:Risicofactorentabel naar SAMHSA/NIZW/NJI (2008). Elke markering betekent dat ten minste twee longitudinale studies de samenhang bevestigen. Tienerzwangerschap en bendelidmaatschap, die in de Amerikaanse tabel voorkomen, zijn hier weggelaten omdat ze in de meeste Europese contexten weinig gewicht hebben. De beschikbaarheid van wapens is beschreven voor een Europese context, waar vuurwapens streng gereguleerd zijn en de factor betrekking heeft op messen en andere wapens.

Alle 19 toelichtingen als tekst tonen

Een lineaire versie van alle risicofactoren, om af te drukken, voor schermlezers en om zonder pop-overs achter elkaar door te lezen.

  1. GEZIN

    Geschiedenis van probleemgedrag in het gezin

    Kinderen die opgroeien in een gezin waarin een ouder, broer of zus verslaafd is of is geweest aan alcohol of drugs, ontwikkelen zelf vaker alcohol- of drugsproblemen. Kinderen die geboren worden en opgroeien in een gezin met een geschiedenis van crimineel gedrag, vertonen zelf vaker crimineel gedrag.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Schooluitval · Depressie en angst

  2. GEZIN

    Problemen met gezinsmanagement

    Onder problemen met gezinsmanagement vallen ouders die geen duidelijke verwachtingen hebben over hoe hun kinderen zich moeten gedragen, en ouders die hun kinderen onvoldoende begeleiden en in de gaten houden, zodat ze niet weten waar hun kinderen zijn of met wie ze omgaan.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Schooluitval · Depressie en angst

  3. GEZIN

    Conflicten in het gezin

    Aanhoudende, ernstige conflicten tussen ouders onderling, of tussen ouders en hun kinderen, verhogen het risico op problemen bij de kinderen. Wie bijvoorbeeld huiselijk geweld meemaakt, gebruikt later zelf vaker geweld.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Schooluitval · Depressie en angst

  4. GEZIN

    Goedkeurende houding van ouders tegenover probleemgedrag

    De houding en het gedrag van ouders ten aanzien van drugs, criminaliteit en geweld bepalen mede de houding en het gedrag van hun kinderen. Kinderen van ouders die wetsovertredingen goedpraten of bagatelliseren, lopen een groter risico om betrokken te raken bij jeugdcriminaliteit.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik

  5. SCHOOL

    Vroeg en aanhoudend antisociaal gedrag

    Kinderen van ongeveer vijf tot acht jaar die zich op school agressief gedragen of moeite hebben hun impulsen te beheersen, lopen een groter risico op later drugsgebruik, criminaliteit en geweld.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Schooluitval · Depressie en angst

  6. SCHOOL

    Slechte schoolprestaties vanaf de bovenbouw van de basisschool

    Slechte schoolprestaties vanaf de laatste jaren van de basisschool wijzen op een verhoogde kans op probleemgedrag. Kinderen kunnen om allerlei redenen onder hun niveau presteren, maar wat de oorzaak ook is: het is de ervaring van falen zelf die het risico verhoogt.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Schooluitval · Depressie en angst

  7. SCHOOL

    Weinig binding met school

    Weinig binding met school betekent dat school geen centrale plaats meer inneemt in het leven van een kind. Jongeren die dit houvast kwijt zijn, lopen een groter risico om probleemgedrag te ontwikkelen.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Schooluitval

  8. KINDEREN EN JONGEREN

    Vervreemding en opstandigheid

    Jongeren die zich geen deel van de samenleving voelen, zich niet aan gangbare regels houden, geen moeite doen om verantwoordelijk en succesvol te zijn, of zich actief tegen de samenleving afzetten, lopen een groter risico op drugsgebruik, criminaliteit, schooluitval en geweld.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Schooluitval

  9. KINDEREN EN JONGEREN

    Vrienden die probleemgedrag vertonen

    Jongeren die omgaan met leeftijdgenoten die probleemgedrag vertonen, ontwikkelen vaker dezelfde problemen. Dit is een van de meest consistent gedocumenteerde risicofactoren in het onderzoek.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Schooluitval

  10. KINDEREN EN JONGEREN

    Goedkeurende houding tegenover probleemgedrag

    Op de basisschool zijn kinderen doorgaans tegen drugs en criminaliteit en kunnen ze zich moeilijk voorstellen waarom iemand drugs zou gebruiken, strafbare feiten zou plegen of van school zou gaan. In de loop van de jaren kan hun houding verschuiven. Wie drugsgebruik, het overtreden van regels of geweld begint goed te keuren, vertoont dat gedrag ook vaker zelf.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Schooluitval

  11. KINDEREN EN JONGEREN

    Vroeg begin van het probleemgedrag

    Hoe eerder jongeren hun belangstelling voor school verliezen, drugs gebruiken, strafbare feiten plegen of seksueel actief worden, hoe groter de kans dat ze later problemen met dat gedrag krijgen.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Schooluitval

  12. KINDEREN EN JONGEREN

    Constitutionele factoren

    Constitutionele factoren hebben een biologische of fysiologische oorsprong. Ze komen veel voor bij jongeren die sensatie opzoeken, gevaar niet uit de weg gaan en moeite hebben hun impulsen te beheersen.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Depressie en angst

  13. BUURT / GEMEENSCHAP

    Beschikbaarheid van drugs

    Hoe meer drugs en alcohol in een gebied beschikbaar zijn, hoe groter de kans dat ze er worden gebruikt. De indruk dat drugs gemakkelijk te krijgen zijn, is op zichzelf al een risicofactor.

    Werkt in op: Geweld · Alcohol- en drugsmisbruik

  14. BUURT / GEMEENSCHAP

    Beschikbaarheid van wapens

    De meeste Europese landen reguleren vuurwapens veel strenger dan de Verenigde Staten, waar deze factor voor het eerst is beschreven. In een Europese context gaat het daarom vooral om het bezit en het dragen van andere wapens, in de eerste plaats messen. Waar wapens gemakkelijk te krijgen zijn en het dragen ervan gewoon is, neemt het risico op geweld en criminaliteit toe.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie

  15. BUURT / GEMEENSCHAP

    Normen in de gemeenschap die probleemgedrag goedkeuren

    De normen, opvattingen en het beleid van een gebied ten aanzien van drugs, geweld en criminaliteit worden op veel manieren overgebracht: via wetten en publieke uitspraken, via informele sociale omgang en via de verwachtingen die ouders en andere bewoners van jongeren hebben.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik

  16. BUURT / GEMEENSCHAP

    Geweld in de media

    Over het effect van mediageweld op kijkers, en vooral op jonge kijkers, wordt al lang gediscussieerd. Er zijn aanwijzingen dat het de acceptatie en het gebruik van geweld kan beïnvloeden. Ook roken en drinken op het scherm verhogen het risico dat jongeren zelf gaan roken of drinken.

    Werkt in op: Geweld · Alcohol- en drugsmisbruik

  17. BUURT / GEMEENSCHAP

    Verhuizingen en mobiliteit

    Bewoners van gebieden met veel verloop en verhuisbewegingen lopen een groter risico op drugs- en criminaliteitsproblemen. Hoe vaker mensen binnen een gebied verhuizen, hoe hoger, statistisch gezien, de cijfers voor criminaliteit en drugsgebruik.

    Werkt in op: Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Schooluitval · Depressie en angst

  18. BUURT / GEMEENSCHAP

    Weinig binding met de buurt en sociale desorganisatie

    Gebieden waarvan de bewoners zich weinig verbonden voelen met hun buurt, waar veel vandalisme voorkomt en waar op de openbare ruimte weinig toezicht is, hebben doorgaans meer problemen met drugs, drugshandel, criminaliteit en geweld.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik

  19. BUURT / GEMEENSCHAP

    Extreme economische en sociale achterstand

    Kinderen die opgroeien in gebieden die worden gekenmerkt door armoede, slechte leefomstandigheden en hoge werkloosheid, lopen een groter risico om in de adolescentie en later als volwassene problemen te ontwikkelen.

    Werkt in op: Geweld · Delinquentie · Alcohol- en drugsmisbruik · Schooluitval

GEZIN

Geschiedenis van probleemgedrag in het gezin

Kinderen die opgroeien in een gezin waarin een ouder, broer of zus verslaafd is of is geweest aan alcohol of drugs, ontwikkelen zelf vaker alcohol- of drugsproblemen. Kinderen die geboren worden en opgroeien in een gezin met een geschiedenis van crimineel gedrag, vertonen zelf vaker crimineel gedrag.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
GEZIN

Problemen met gezinsmanagement

Onder problemen met gezinsmanagement vallen ouders die geen duidelijke verwachtingen hebben over hoe hun kinderen zich moeten gedragen, en ouders die hun kinderen onvoldoende begeleiden en in de gaten houden, zodat ze niet weten waar hun kinderen zijn of met wie ze omgaan.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
GEZIN

Conflicten in het gezin

Aanhoudende, ernstige conflicten tussen ouders onderling, of tussen ouders en hun kinderen, verhogen het risico op problemen bij de kinderen. Wie bijvoorbeeld huiselijk geweld meemaakt, gebruikt later zelf vaker geweld.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
GEZIN

Goedkeurende houding van ouders tegenover probleemgedrag

De houding en het gedrag van ouders ten aanzien van drugs, criminaliteit en geweld bepalen mede de houding en het gedrag van hun kinderen. Kinderen van ouders die wetsovertredingen goedpraten of bagatelliseren, lopen een groter risico om betrokken te raken bij jeugdcriminaliteit.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
SCHOOL

Vroeg en aanhoudend antisociaal gedrag

Kinderen van ongeveer vijf tot acht jaar die zich op school agressief gedragen of moeite hebben hun impulsen te beheersen, lopen een groter risico op later drugsgebruik, criminaliteit en geweld.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
SCHOOL

Slechte schoolprestaties vanaf de bovenbouw van de basisschool

Slechte schoolprestaties vanaf de laatste jaren van de basisschool wijzen op een verhoogde kans op probleemgedrag. Kinderen kunnen om allerlei redenen onder hun niveau presteren, maar wat de oorzaak ook is: het is de ervaring van falen zelf die het risico verhoogt.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
SCHOOL

Weinig binding met school

Weinig binding met school betekent dat school geen centrale plaats meer inneemt in het leven van een kind. Jongeren die dit houvast kwijt zijn, lopen een groter risico om probleemgedrag te ontwikkelen.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
KINDEREN EN JONGEREN

Vervreemding en opstandigheid

Jongeren die zich geen deel van de samenleving voelen, zich niet aan gangbare regels houden, geen moeite doen om verantwoordelijk en succesvol te zijn, of zich actief tegen de samenleving afzetten, lopen een groter risico op drugsgebruik, criminaliteit, schooluitval en geweld.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
KINDEREN EN JONGEREN

Vrienden die probleemgedrag vertonen

Jongeren die omgaan met leeftijdgenoten die probleemgedrag vertonen, ontwikkelen vaker dezelfde problemen. Dit is een van de meest consistent gedocumenteerde risicofactoren in het onderzoek.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
KINDEREN EN JONGEREN

Goedkeurende houding tegenover probleemgedrag

Op de basisschool zijn kinderen doorgaans tegen drugs en criminaliteit en kunnen ze zich moeilijk voorstellen waarom iemand drugs zou gebruiken, strafbare feiten zou plegen of van school zou gaan. In de loop van de jaren kan hun houding verschuiven. Wie drugsgebruik, het overtreden van regels of geweld begint goed te keuren, vertoont dat gedrag ook vaker zelf.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
KINDEREN EN JONGEREN

Vroeg begin van het probleemgedrag

Hoe eerder jongeren hun belangstelling voor school verliezen, drugs gebruiken, strafbare feiten plegen of seksueel actief worden, hoe groter de kans dat ze later problemen met dat gedrag krijgen.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
KINDEREN EN JONGEREN

Constitutionele factoren

Constitutionele factoren hebben een biologische of fysiologische oorsprong. Ze komen veel voor bij jongeren die sensatie opzoeken, gevaar niet uit de weg gaan en moeite hebben hun impulsen te beheersen.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
BUURT / GEMEENSCHAP

Beschikbaarheid van drugs

Hoe meer drugs en alcohol in een gebied beschikbaar zijn, hoe groter de kans dat ze er worden gebruikt. De indruk dat drugs gemakkelijk te krijgen zijn, is op zichzelf al een risicofactor.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
BUURT / GEMEENSCHAP

Beschikbaarheid van wapens

De meeste Europese landen reguleren vuurwapens veel strenger dan de Verenigde Staten, waar deze factor voor het eerst is beschreven. In een Europese context gaat het daarom vooral om het bezit en het dragen van andere wapens, in de eerste plaats messen. Waar wapens gemakkelijk te krijgen zijn en het dragen ervan gewoon is, neemt het risico op geweld en criminaliteit toe.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
BUURT / GEMEENSCHAP

Normen in de gemeenschap die probleemgedrag goedkeuren

De normen, opvattingen en het beleid van een gebied ten aanzien van drugs, geweld en criminaliteit worden op veel manieren overgebracht: via wetten en publieke uitspraken, via informele sociale omgang en via de verwachtingen die ouders en andere bewoners van jongeren hebben.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
BUURT / GEMEENSCHAP

Geweld in de media

Over het effect van mediageweld op kijkers, en vooral op jonge kijkers, wordt al lang gediscussieerd. Er zijn aanwijzingen dat het de acceptatie en het gebruik van geweld kan beïnvloeden. Ook roken en drinken op het scherm verhogen het risico dat jongeren zelf gaan roken of drinken.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
BUURT / GEMEENSCHAP

Verhuizingen en mobiliteit

Bewoners van gebieden met veel verloop en verhuisbewegingen lopen een groter risico op drugs- en criminaliteitsproblemen. Hoe vaker mensen binnen een gebied verhuizen, hoe hoger, statistisch gezien, de cijfers voor criminaliteit en drugsgebruik.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
BUURT / GEMEENSCHAP

Weinig binding met de buurt en sociale desorganisatie

Gebieden waarvan de bewoners zich weinig verbonden voelen met hun buurt, waar veel vandalisme voorkomt en waar op de openbare ruimte weinig toezicht is, hebben doorgaans meer problemen met drugs, drugshandel, criminaliteit en geweld.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
BUURT / GEMEENSCHAP

Extreme economische en sociale achterstand

Kinderen die opgroeien in gebieden die worden gekenmerkt door armoede, slechte leefomstandigheden en hoge werkloosheid, lopen een groter risico om in de adolescentie en later als volwassene problemen te ontwikkelen.

Werkt in op

  • Geweld
  • Delinquentie
  • Alcohol- en drugsmisbruik
  • Schooluitval
  • Depressie en angst
Volgende stappen

Lees verder