Naar de inhoud
Methode · Jongerenenquête

Jongerenenquête

De CTC-jongerenenquête zet wat een gemeenschap vermoedt over haar jongeren om in gegevens. Zij is anoniem, in verschillende landen die haar gebruiken psychometrisch getoetst, en de basis voor preventie die elk kind bereikt, van welke leeftijd ook.

Een leerling die opkijkt van een vragenlijst, uitgesneden tegen de huisstijlkleuren
Anoniem

Geen enkele leerling kan worden geïdentificeerd. Resultaten bestaan alleen voor een leerjaar of een gebied, nooit voor een persoon of een klas.

Gevalideerd

Wetenschappelijk getoetst (Reder et al. 2024 voor de Duitse versie) en opnieuw getoetst overal waar zij wordt aangepast.

Beschermd

De vragenlijst is een wetenschappelijk instrument en wordt niet gepubliceerd: items die openbaar zijn, verliezen hun waarde als meetinstrument.

Vier domeinen.

De enquête kijkt naar de plekken waar risico- en beschermende factoren bij kinderen en jongeren zich doorgaans voordoen.

Gezin

Voorgeschiedenis van probleemgedrag, gezinsdynamiek, opvoedingspraktijken: de naaste kring rond een jongere.

School

Binding met school, schoolfalen, vroeg en aanhoudend antisociaal gedrag op school.

Leeftijdgenoten en het individu

Bij een groep horen, persoonlijke waarden, bereidheid om risico’s te nemen: de binnenwereld van jongeren.

Gemeenschap

Beschikbaarheid van middelen, buurtstructuren, binding met de gemeenschap: de bredere sociale ruimte.

Inhoud
  1. 01De stem van elke jongere telt
  2. 02Wat er wordt gevraagd, en waarom
  3. 03Wat de gemeenschap terugkrijgt
  4. 04Wie wordt bevraagd, wie profiteert
  5. 05Anonimiteit, toestemming en ethiek
  6. 06In heel Europa

De stem van elke jongere telt

De CTC-jongerenenquête is het instrument dat de intuïties van een gemeenschap over haar jongeren omzet in gegevens. Het is een gestandaardiseerde, anonieme vragenlijst die door leerlingen wordt ingevuld, meestal tussen elf en zeventien jaar, en zij meet de risico- en beschermende factoren die op de pagina over de aanpak worden beschreven, zoals die zich in één bepaalde plaats werkelijk voordoen. De leerlingen die de vragen beantwoorden, zijn het meetinstrument van de gemeenschap; de preventie die daarop volgt, is er voor elk kind en elke jongere in die gemeenschap, vanaf de allerjongsten.

De enquête werd samen met CTC zelf ontwikkeld aan de University of Washington en is overal waar de aanpak wordt gebruikt aangepast en vertaald, en in verschillende landen psychometrisch getoetst, waaronder Duitsland, Kroatië, Estland en, op pilotniveau, Griekenland. Haar vragen zijn niet willekeurig: elk item gaat terug op tientallen jaren internationaal onderzoek naar de omstandigheden die het welzijn en het gedrag van jongeren bepalen. Nationale adaptaties passen formuleringen aan, laten items weg die niet van toepassing zijn en toetsen de betrouwbaarheid opnieuw, maar de onderliggende structuur blijft vergelijkbaar, en dat is wat de landenvergelijking van het CTC European Network mogelijk maakte.

Wat er wordt gevraagd, en waarom

Zie risicofactoren als struikelblokken op de weg van een jongere: ze vergroten de kans op gezondheidsproblemen of sociale moeilijkheden. Beschermende factoren zijn de leuningen: ze maken jongeren sterker en helpen hen om te gaan met wat op hen afkomt. De enquête kijkt naar beide, in vier domeinen.

Leeftijdgenoten en het individu. Hoe zijn de relaties met leeftijdgenoten? Welke opvattingen hebben jongeren zelf? Een item als Ik kijk graag hoe ver ik kan gaan peilt de neiging om grenzen op te zoeken, wat in sommige contexten een risicofactor is. Wat vind je ervan als iemand van jouw leeftijd drugs gebruikt? peilt hoe geaccepteerd alcohol- en drugsgebruik binnen een vriendengroep is.

Gezin. Welke steun biedt het gezin, en hoe wordt er met conflicten omgegaan? Dit onderdeel vraagt uitdrukkelijk naar sterke kanten én naar problemen. Mijn ouders vragen mijn mening als er iets besloten moet worden dat mij aangaat meet of een jongere zich betrokken en gewaardeerd voelt, een beschermende factor. Kun je goed opschieten met je moeder of vader? richt zich op de kwaliteit van de relatie. Items over probleemgedrag in het gezin, zoals de vraag of iemand ooit harddrugs heeft gebruikt, zijn nodig om risico’s op te sporen, en ze worden altijd anoniem gesteld en uitsluitend op groepsniveau geanalyseerd.

School. Hoe prettig voelen jongeren zich op school? Ervaren ze druk of succes? Het kost me moeite om naar school te gaan wijst op weinig binding met school.

Gemeenschap en buurt. Hoe veilig en ondersteunend wordt de omgeving ervaren? Als je zou willen, hoe moeilijk of makkelijk zou het dan zijn om in jouw buurt aan drugs te komen? meet de ervaren beschikbaarheid, een van de duidelijkste risicofactoren op buurtniveau.

CTC-jongerenenquêteFig. 1

Wat er wordt gevraagd, en waarom.

Eén voorbeelditem per domein laat zien hoe een vraag klinkt en wat zij de gemeenschap vertelt. De Duitse versie bevat 28 schalen, 15 risico- en 13 beschermende factoren, opgebouwd uit 138 items; nationale adaptaties verschillen in lengte.

Voorbeelden tonenVoorbeelden verbergen
  1. Leeftijdgenoten en het individu

    Relaties met leeftijdgenoten, en eigen opvattingen.

    Hoe zijn de relaties met leeftijdgenoten? Welke opvattingen hebben jongeren zelf?

    • Ik kijk graag hoe ver ik kan gaan.

      Helpt te begrijpen of er een neiging is om grenzen op te zoeken, wat in sommige contexten een risicofactor is.

    • Wat vind je ervan als iemand van jouw leeftijd drugs gebruikt?

      Peilt hoe geaccepteerd alcohol- of drugsgebruik binnen een vriendengroep is.

  2. Gezin

    Steun, conflict en sterke kanten in het gezinsleven.

    Welke steun biedt het gezin? Hoe wordt er met conflicten omgegaan? Dit onderdeel gaat uitdrukkelijk ook over de sterke en positieve kanten van het gezinsleven.

    • Beschermende factorKansen voor prosociale betrokkenheid in het gezin
      Mijn ouders vragen mijn mening als er iets besloten moet worden dat mij aangaat.

      Peilt of jongeren zich betrokken en gewaardeerd voelen, een centrale beschermende factor.

    • Beschermende factorBinding met het gezin
      Kun je goed opschieten met je moeder of vader?

      Richt zich op de kwaliteit van de relaties en is positief geformuleerd. Vragen over probleemgedrag in het gezin zijn ook nodig om risico’s te zien; altijd anoniem, altijd op groepsniveau.

  3. School

    Welbevinden, druk en succes op school.

    Hoe prettig voelen jongeren zich op school? Ervaren ze druk, of succes?

    • RisicofactorWeinig binding met school
      Het kost me moeite om naar school te gaan.

      Kan wijzen op moeilijkheden in de schoolomgeving: erbij horen, motivatie, prestatiedruk.

  4. Gemeenschap en buurt

    Veiligheid en steun waar jongeren wonen.

    Hoe veilig en ondersteunend wordt de buurt ervaren?

    • RisicofactorErvaren beschikbaarheid van drugs
      Als je zou willen, hoe moeilijk of makkelijk zou het dan zijn om in jouw buurt aan drugs te komen?

      Een hoge ervaren beschikbaarheid kan op zichzelf al een risico zijn.

Fig. 1Voorbeeldvragen uit de CTC-jongerenenquête, per domein.

Wat de gemeenschap terugkrijgt

Resultaten worden nooit gerapporteerd voor individuele leerlingen of voor klassen. De gemeenschap ontvangt een profiel: welke risicofactoren verhoogd zijn en welke beschermende factoren zwak, waar mogelijk afgezet tegen regionale of nationale referentiecijfers. Deelnemende scholen ontvangen meestal een eigen, geaggregeerd rapport. Uit dat profiel kiest de CTC-coalitie de twee tot vijf factoren waaraan zij gaat werken, en het zijn die prioriteiten, en niet een algemeen gevoel dat er iets moet gebeuren, die bepalen welke programma’s zij vervolgens kiest. De enquête is het middelpunt van fase drie van het proces en wordt ten minste elke twee jaar herhaald zodra het preventieplan loopt.

CTC-jongerenenquêteFig. 2

Hoe de resultaten eruitzien.

Eén voorbeeldschaal per domein: zo ziet een gemeenschap of een school in het CTC-rapport haar waarden naast een referentiewaarde. De referentielijnen zijn echte deelstaatgemiddelden uit Nedersaksen 2021/22; de balken van de voorbeeldlocatie zijn illustratief, niet de gegevens van een bestaande plaats. Het voorbeelditem naast elke grafiek laat alleen zien hoe een vraag uit die schaal klinkt; het rapport bevat geen afzonderlijke items, alleen geaggregeerde schaalwaarden.

Voorbeelden tonenVoorbeelden verbergen
  1. Leeftijdgenoten en het individu

    Prosociale vrienden als bron van veerkracht.

    Hoe prosociaal is de naaste kring van jongeren? Vriendschappen waarin wordt gedeeld, bemiddeld of meegedaan, zijn een robuuste beschermende factor.

    Beschermende factorIP4Schaal van 5 items
    Voorbeelditem
    Hoeveel van je vier beste vrienden hebben in de afgelopen twaalf maanden geprobeerd een ruzie tussen anderen bij te leggen?

    De balk toont schaal IP4 (samengesteld uit 5 items): het aandeel jongeren met een uitgesproken prosociale vriendenkring. Gemiddelde Nedersaksen 41% (Soellner et al. 2023); de voorbeeldlocatie ligt daarboven met 48%.

  2. Gezin

    Binding met het gezin als dragende beschermende factor.

    Hoe hecht is de band met het gezin? Een hoge waarde is een sterke beschermende factor, de basis waarop veel andere maatregelen voortbouwen.

    Beschermende factorFP1Schaal van 6 items
    Voorbeelditem
    Kun je goed opschieten met je moeder of vader?

    De balk toont schaal FP1 (samengesteld uit 6 items): het aandeel jongeren met een hechte binding met het gezin. Gemiddelde Nedersaksen 49% (Soellner et al. 2023); de voorbeeldlocatie ligt daar iets boven met 55%.

  3. School

    Binding met school door de leerjaren heen.

    Hoe sterk is de binding met school, en hoe verandert die tussen leerjaar 7 en 10? De trend over de leerjaren laat zien waar de prioriteiten moeten liggen.

    RisicofactorSR2Schaal van 7 items
    Voorbeelditem
    Ik ga heel graag naar school.

    De balken tonen schaal SR2 (samengesteld uit 7 items, omgekeerd gescoord): het aandeel jongeren met weinig binding met school, per leerjaar. Gemiddelde Nedersaksen 44% (Soellner et al. 2023, stippellijn).

  4. Gemeenschap en buurt

    Sociale desorganisatie in de buurt.

    Hoe veilig en verzorgd vinden jongeren hun buurt? Zichtbare verwaarlozing en ervaren criminaliteit zijn een klassieke risicofactor voor probleemgedrag.

    RisicofactorCR2Schaal van 5 items
    Voorbeelditem
    In mijn buurt is veel criminaliteit, zoals berovingen en inbraken.

    De balk toont schaal CR2 (samengesteld uit 5 items): het aandeel jongeren dat zijn buurt als sociaal gedesorganiseerd ervaart. Gemiddelde Nedersaksen 48% (Soellner et al. 2023); de voorbeeldlocatie ligt daar iets boven met 52%.

Fig. 2Voorbeeldschalen uit een CTC-gemeenschapsrapport: illustratieve voorbeeldlocatie tegenover de referentie van Nedersaksen.

Wie wordt bevraagd, wie profiteert

De enquête bevraagt jongeren van middelbareschoolleeftijd, omdat risico- en beschermende factoren op die leeftijd betrouwbaar te meten zijn. Op zijn elfde of twaalfde kan een jongere vertellen over zijn gezin, zijn school, zijn vrienden en zijn buurt, en de gedragingen die preventie moet voorkomen, van het eerste alcoholgebruik tot geweld en schooluitval, beginnen zich af te tekenen. De antwoorden zijn geen oordeel over die leerlingen. Ze zijn een beschrijving van de omstandigheden waarin alle kinderen van de gemeenschap opgroeien.

Die omstandigheden beginnen lang vóór de middelbare school. Weinig binding met het gezin, een inconsequente opvoeding, een vroeg gebrek aan binding met school en de beschikbaarheid van middelen in de buurt krijgen vorm in de eerste levensjaren en op de basisschool. Een wijkprofiel dat ze als verhoogd laat zien, richt het preventieplan daarom op alle leeftijden, niet alleen op de leerjaren die de vragenlijst hebben ingevuld: gezinsprogramma’s voor ouders van baby’s en peuters, kinderopvang en basisscholen, de overgangsjaren, het jongerenwerk en de bredere buurt. Het doel van CTC is dat elk kind in de gemeenschap, van welke leeftijd ook, wordt bereikt door de preventie die uit de cijfers volgt, en dat de volgende enquête, twee of drie jaar later, meet of het heeft gewerkt.

Anonimiteit, toestemming en ethiek

De enquête is anoniem van opzet. Er wordt geen naam, geboortedatum of ander kenmerk verzameld waarmee een leerling zou kunnen worden herkend, en antwoorden worden uitsluitend opgeslagen en geanalyseerd op het niveau van een leerjaar of een gebied. Deelname is dubbel vrijwillig: ouders of verzorgers worden geïnformeerd en kunnen hun toestemming weigeren, en elke leerling kan op elk moment weigeren of stoppen. Elke afname wordt vooraf afgestemd met de verantwoordelijke onderwijsinstantie, en de gegevensverwerking is zo ingericht dat zij aan de AVG voldoet; de details verschillen per land en worden gedocumenteerd door de organisatie die de enquête daar uitvoert.

De vragenlijst zelf is een beschermd instrument. Zij wordt ter beschikking gesteld aan gemeenschappen die een CTC-proces doorlopen, samen met de organisatie die de aangepaste versie in hun land beheert; zij wordt niet gepubliceerd, omdat een enquête waarvan de items openbaar zijn, haar waarde als meetinstrument verliest.

In heel Europa

De Duitse versie werd gevalideerd aan de Universiteit van Hildesheim en wordt online afgenomen via de Landespräventionsrat Niedersachsen, met automatische rapporten per gemeenschap en per school, afgezet tegen een representatieve steekproef voor de hele deelstaat. Nederland paste de enquête al in 1999 aan; Kroatië gebruikte in 2004 voor het eerst een vertaalde versie in Istrië en publiceerde zijn aangepaste vragenlijst in 2010; Cyprus nam in 2007 een Griekstalige versie af in het district Nicosia. Zweden bouwde zijn versie in het project CTC European Network, dat ze vervolgens alle over de grenzen heen vergeleek. Estland, Griekenland en Portugal pasten de enquête in 2022 aan en testten haar in 2022–2023; de Estse versie werd getest bij 265 leerlingen in Hiiumaa en Märjamaa en wordt sinds het najaar van 2025 afgenomen in de drie Estse pilotgemeenschappen, en de Portugese versie, ontwikkeld aan Iscte in Lissabon, werd getest bij 1.218 leerlingen op de Azoren. Kroatië bouwt in het project DIGIPREV (2025–2029, met de provincie Varaždin en CARNET) aan een digitale versie van zijn vragenlijst, met daarin een longitudinale enquête in één provincie en een digitale interface voor lokale besluitvormers. De eerste Ierse enquête, in Newbridge in County Kildare, werd voorbereid met Trinity College Dublin en presenteerde haar eerste resultaten in september 2026 op de EUSPR-conferentie in Dublin. De pilot omvatte vier middelbare scholen en meer dan 1.600 leerlingen van 12 tot 18 jaar en gebruikte de Amerikaanse vragenlijst van 2014 met kleine culturele aanpassingen; een Ierse validatie is nog niet gepubliceerd.

Overweegt uw gemeenschap een eerste enquête, dan laat het landenoverzicht zien met wie u kunt praten, en behandelen de veelgestelde vragen responspercentages, tijdlijnen en wat er met de gegevens gebeurt.

Bronnen
  1. Jonkman, H., Junger-Tas, J., van Dijk, B. (2005). From Behind Dikes and Dunes: Communities that Care in the Netherlands. Children & Society, 19(2), 105–116. doi.org/10.1002/chi.865In de bibliotheek →
  2. Mihić, J., Novak, M., & Bašić, J. (2010). Zajednice koje brinu: CTC upitnik za djecu i mlade u procjeni potreba za preventivnim intervencijama. Ljetopis socijalnog rada, 17(3), 391–412. hrcak.srce.hr/64354In de bibliotheek →
  3. Sveučilište u Zagrebu, Edukacijsko-rehabilitacijski fakultet. (2025). DIGIPREV – Razvoj metodologije digitalne procjene rizičnih i zaštitnih čimbenika (IIP-02-DIGIPREV, 1 October 2025 – 30 September 2029) [Project record]. CroRIS. croris.hr/projekti/projekt/15472
  4. Kapardis, A., Spanoudis, G., Kapardis, C., & Konstantinou, M. (2021). Cyprus. In D. P. Farrington, H. Jonkman, & F. Groeger-Roth (Eds.), Delinquency and Substance Use in Europe: Understanding Risk and Protective Factors (pp. 97–113). Springer. doi.org/10.1007/978-3-030-58442-9_6In de bibliotheek →
  5. Groeger-Roth, F., van den Hazel, B., & de Vries, R. (2016). Communities That Care in Europe 1998–2015. The implementation of a community based prevention strategy in Europe: Overview & experiences. Technical report on the CTC Implementation Guide. CTC European Network, with the financial support of the Prevention of and Fight against Crime Programme, European Commission. communities-that-care.eu/downloads/ctc-european-network-implementation-guide-2016.pdfIn de bibliotheek →
  6. Siilbek, E., & Streimann, K. (2024). Adaptation of the Communities That Care Youth Survey for Use in Estonia: A Pilot Study. Journal of Prevention, 45(4), 483–500. doi.org/10.1007/s10935-024-00777-zIn de bibliotheek →
  7. Tomberg, J. (2026, April 27). Building a locally led prevention system in Estonia. Joint Action PreventNCD. preventncd.eu/newsroom/news-updates/building-a-locally-led-prevention-system-in-estonia/
  8. ΕΚΤΕΠΝ [Greek Documentation and Monitoring Centre for Drugs] (2024). Κοινότητες που Νοιάζονται: Προσαρμογή στα ελληνικά, πιλοτική εφαρμογή και έλεγχος της αξιοπιστίας του ερωτηματολογίου. University Mental Health, Neurosciences and Precision Medicine Research Institute (UMHRI), Athens. ektepn.gr/ctc-2023In de bibliotheek →
  9. Henriques, S., & Rabelo, R. P. (2024). Adaptação do Communities That Care Youth Survey para Portugal: Um estudo piloto. Revista Foco, 17(12), Article e7361. doi.org/10.54751/revistafoco.v17n12-187In de bibliotheek →
  10. Tobin, K., O'Donoghue, C., Shanahan, D., & Joyce, S. (2026, September 16). First pilot implementation of the Communities That Care Youth Survey in Ireland [Conference presentation abstract]. 17th EUSPR Conference, Dublin, Ireland. euspr2026.exordo.com/api/papers/353
  11. Dillon, L. (2025). Communities That Care in Ireland. Drugnet Ireland, (91), 32–34. drugsandalcohol.ie/43357/In de bibliotheek →
Vragen

Vragen van ouders en scholen

Moet mijn kind meedoen? Hoe werkt de toestemming?

Nee. Deelname is op twee niveaus vrijwillig. Ouders of verzorgers worden vooraf geïnformeerd en kunnen hun toestemming weigeren; afhankelijk van het land gebeurt dat via actieve toestemming (opt-in) of via bezwaar (opt-out). En elke leerling kan op de dag zelf weigeren, vragen overslaan of op elk moment stoppen, zonder opgave van reden en zonder enig gevolg. Docenten wordt gevraagd dit duidelijk te maken voordat de enquête begint.

Zijn de antwoorden van mijn kind echt anoniem? Hoe wordt dat gegarandeerd?

Ja. Er wordt geen naam, geboortedatum, adres of ander identificerend gegeven verzameld. In de Duitse onlineversie bijvoorbeeld krijgt elke leerling een eenmalige toegangscode die aan geen enkele namenlijst is gekoppeld. Antwoorden worden alleen opgeslagen met de school en het leerjaar, en resultaten worden alleen gerapporteerd voor groepen die zo groot zijn dat niemand herkenbaar is, nooit voor een klas van vijftien. Noch de school, noch de ouders, noch de gemeenschap krijgt een individuele vragenlijst te zien.

Wat gebeurt er met de resultaten? Kunnen die tegen mijn kind of ons gezin worden gebruikt?

Dat kan niet, omdat er niets is om te gebruiken. De resultaten bestaan alleen als groepsstatistieken: het aandeel leerlingen in een leerjaar dat een bepaalde ervaring rapporteert. Ze gaan naar de CTC-coalitie van de gemeenschap en, in geaggregeerde vorm, naar de deelnemende scholen, om te bepalen welke ondersteuning wordt aangeboden. Die ondersteuning is niet gericht op de leerjaren die hebben geantwoord: het profiel beschrijft de omstandigheden waarin alle kinderen in de gemeenschap opgroeien, en de maatregelen die eruit volgen, bereiken elke leeftijd, van programma’s voor ouders van jonge kinderen tot het jongerenwerk. Geen enkele instantie ontvangt individuele gegevens, want die bestaan niet. Waar de wet van een land dat vereist, wordt de opzet van de enquête goedgekeurd door de onderwijsinstantie en vóór de afname getoetst op gegevensbescherming.

Waarom vraagt de enquête naar drinken, drugs en ruzie thuis?

Omdat die tot de sterkste voorspellers behoren van de problemen die de gemeenschap wil voorkomen, en een enquête die ze zou weglaten een profiel zou opleveren waarin juist de belangrijkste informatie ontbreekt. De vragen worden neutraal gesteld, naast evenveel vragen over sterke kanten: of leerlingen zich thuis gewaardeerd voelen, volwassenen hebben met wie ze kunnen praten, en op school de kans krijgen iets bij te dragen. Ze worden anoniem beantwoord en uitsluitend op groepsniveau geanalyseerd, zodat een afzonderlijk antwoord nooit tot een kind of een gezin is te herleiden.

Waarom kan ik de vragenlijst niet gewoon online lezen?

Ouders kunnen de vragenlijst inzien. Scholen leggen de volledige vragenlijst vóór de enquête ter inzage, en veel scholen organiseren een informatieavond. De lijst wordt niet op internet gepubliceerd, omdat een meetinstrument waarvan de items vrij rondgaan niet meer betrouwbaar meet: leerlingen die de vragen vooraf hebben besproken, antwoorden anders, en resultaten uit verschillende jaren en plaatsen zijn dan niet meer vergelijkbaar. Het oorspronkelijke Amerikaanse instrument is openbaar, maar de nationale adaptaties, zoals de Duitse versie, zijn gelicentieerd, en hun licentievoorwaarden schrijven dit voor.

Alle vragen →

Volgende stappen

Lees verder