Samenvatting: Het terugdringen van gedragsgerelateerde gezondheidsrisico’s vereist een breed scala aan preventie- en behandeldiensten, geleverd door professionals die ‘gehuisvest’ zijn in uiteenlopende silo’s van gemeenschapsgerichte aanbieders. De rechtshandhaving vormt een belangrijke silo die niet nauw met preventie in verband is gebracht, en al helemaal niet met bewezen effectieve preventieprogramma’s en -praktijken. Toch zijn er binnen gemeenschappen duidelijk omschreven preventierollen die de politie kan vervullen om lopende preventieprogramma’s te ondersteunen en te versterken. Die rollen, zoals de politiewetenschap ze onderbouwt, hangen nauw samen met de algemene rol van de politie in de gemeenschappen die zij dient. In dit artikel bespreken wij deze rollen en richtlijnen en doen wij aanbevelingen voor de opleiding en het functioneren van politiefunctionarissen binnen een preventiekader.
Definities
Beginnen met de definities van ‘rechtshandhaving’ en ‘preventie’ en met de wetenschappen die aan deze vakgebieden ten grondslag liggen, helpt om overlappende concepten te identificeren die van belang zijn om de praktijkterreinen te verkennen waar professionals uit deze twee velden de gelegenheid hebben samen aan een gemeenschappelijk doel te werken.
Er bestaan veel definities van rechtshandhaving. Wij gebruiken er een van het Bureau of Justice, die stelt dat rechtshandhaving is: ‘The generic name for the activities of the agencies responsible for maintaining public order and enforcing the law, particularly the activities of prevention, detection, and investigation of crime and the apprehension of criminals.’ (de algemene benaming voor de activiteiten van de instanties die verantwoordelijk zijn voor het handhaven van de openbare orde en het afdwingen van de wet, in het bijzonder het voorkomen, opsporen en onderzoeken van misdrijven en het aanhouden van misdadigers)1 Ook preventie kent veel definities. De definitie die wij in dit artikel gebruiken, is ontleend aan de epidemiologie, die het methodologische fundament van de publieke gezondheid vormt. Preventie omvat handelingen die worden ondernomen om ziekte en beperking weg te nemen of te verminderen voordat ze zich manifesteren.
Zowel de rechtshandhaving als de preventiepraktijk is wetenschappelijk onderbouwd. De politiewetenschap heeft tot doel misdrijven te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken om personen, groepen en organisaties die van wetsovertreding worden verdacht aan te houden en vast te zetten. De politiewetenschap is multidisciplinair en omvat: criminologie, forensische wetenschap, psychiatrie, psychologie, rechtswetenschap, gebiedsgebonden politiezorg, strafrechtspleging, penitentiair beheer en penologie.2
Preventie, zoals de preventiewetenschap die onderbouwt, richt zich op determinanten van gedrag dat de sociale, emotionele en lichamelijke gezondheid van individuen, gezinnen en gemeenschappen beschermt of bedreigt, door de processen te specificeren waarlangs die determinanten werken en effectieve strategieën te bepalen om risico’s te verminderen en lichamelijke, geestelijke en sociale gezondheid te bevorderen. Ook de preventiewetenschap is multidisciplinair en omvat: publieke gezondheid, sociologie, psychologie en sociale psychologie, gezondheidsgedrag, geneeskunde, biostatistiek en de neurobiologische wetenschappen.3
Beide vakgebieden hebben de toepassing van strenge methodologische normen omarmd om te waarborgen dat de praktijken die zij onderschrijven ‘evidence-based’4 zijn, en dus zowel effectief als heilzaam. In de preventie, en in het bijzonder de preventie van middelengebruik, is de term ‘research-based’5 verschoven naar ‘evidence-based’, in publicaties van Pentz in 2003 en Rohrbach et al. in 2005,6 en met de oprichting in 2007 van het National Registry of Evidence-Based Programs and Practices (NREPP) door de Substance Abuse and Mental Health Services Administration (SAMHSA). Het concept van ‘evidence-based’ preventie werd internationaal versterkt met de publicatie in 2013 van de International Standards for Drug Use Prevention van het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding. Het concept ‘evidence-based policing’ werd in 1998 geïntroduceerd door Lawrence W. Sherman.7 Er bestaat inmiddels een organisatie, de American Society for Evidence-Based Policing, die zich inzet voor onderzoek en evaluatie van strategieën om illegaal gedrag te voorkomen en voor het vertalen van de bevindingen van die studies naar vormen die voor politiefunctionarissen toegankelijk zijn.
De politiewetenschap helpt vragen te beantwoorden zoals:
- Welke soorten misdrijven worden gepleegd?
- Hoe is de hoeveelheid criminaliteit in een bepaald gebied in de loop van de tijd veranderd?
- Wat weten we over de mensen die deze misdrijven plegen?
- Waar worden de misdrijven gepleegd?
- Welke gevolgen hebben de misdrijven voor de gemeenschap? en
- Wat is de beste strategie om bepaalde misdrijven in dit rechtsgebied te voorkomen en/of erop te reageren?
De preventiewetenschap levert de kennis over onderwerpen zoals:
- Wie wordt getroffen door een bepaald gedrag en wat zijn de kenmerken van de getroffen populatie (bijvoorbeeld geslacht, leeftijd, herkomst en etniciteit, en geografische locatie)?
- Wie is kwetsbaar, en wat maakt hen kwetsbaar?
- Wat zijn de gevolgen van dit gedrag in de loop van de tijd? en
- Hoe kunnen we effectief ingrijpen bij individuen of in hun fysieke of sociale omgeving om het risico te verminderen dat zij met dit gedrag beginnen of ermee doorgaan?
Figuur 1 hieronder laat zien dat rechtshandhaving en preventie aan elkaar verwant zijn in zoverre zij een gedeeld belang hebben bij het handhaven en bevorderen van de openbare veiligheid en het verminderen van gedragsmatige bedreigingen van de gezondheid.
Kwetsbaarheid voor risicogedrag
Analyses van longitudinale studies die kinderen en adolescenten tot in de jongvolwassenheid volgden8 hebben bewijs geleverd voor de processen en determinanten die de kwetsbaarheid van kinderen en adolescenten voor middelengebruik en ander negatief gedrag vergroten. Deze processen betreffen de interactie tussen individuen en hun directe (micro-) en maatschappelijke (macro-)omgeving (zie figuur 2).9
De politie zou daarom baat hebben bij betrokkenheid bij preventieprogramma’s, in het bijzonder bij inspanningen die zich op kinderen en adolescenten richten. Terwijl preventieprofessionals bewezen effectieve preventieprogramma’s uitvoeren die socialisatieagenten zoals ouders en leerkrachten helpen hun interactie met de jongeren voor wie zij verantwoordelijk zijn te verbeteren, zouden politieprofessionals zich kunnen richten op het handhaven van bewezen effectief beleid, zoals het beperken van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van psychoactieve middelen, het helpen scheppen van veilige en ondersteunende buurten en gemeenschappen en het versterken van gemeenschapsnormen tegen risicogedrag. Deze samenwerking is geen nieuw idee. Shepherd & Sumner, van Dijk et al. en Krupanski et al. hebben vergelijkbare concepten voorgesteld over het raakvlak tussen rechtshandhaving en publieke gezondheid.10
Raakvlakken
Inzicht in de processen en interacties die de kwetsbaarheid voor schadelijk gedrag vergroten, wijst op punten waar preventieve strategieën kunnen ingrijpen om negatieve trajecten om te buigen en positieve trajecten te versterken en te bekrachtigen (zie figuur 3).11
De belangrijkste preventieve interventiepunten die op de micro-omgeving inwerken, omvatten bewezen effectieve programma’s voor opvoedingsvaardigheden en gezinsmanagement. Scholen vormen een ander belangrijk aandachtspunt van preventie-inspanningen, in het bijzonder waar het gaat om het trainen van personeel om de sociale omgeving van hun school te veranderen. Zo traint het Good Behavior Game leerkrachten van de eerste leerjaren van de basisschool om kinderen vertrouwd te maken met hun rol als leerling, en versterkt Positive Behavioral Interventions and Supports de positieve binding met school gedurende de hele schoolloopbaan. Daarnaast helpen preventiecurricula zoals Life Skills Training en Positive Action leerlingen de vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om verstandige beslissingen te nemen die gezond gedrag ondersteunen.
De preventieve rol van politiefunctionarissen op scholen heeft de afgelopen drie decennia veel aandacht gekregen, aangewakkerd door de evaluaties van programma’s van D.A.R.E. America.12 Deze evaluaties, evenals de toenemend negatieve houding tegenover de politie in heel Amerika,13 hebben het moeilijker gemaakt om de politie te benaderen en te betrekken bij preventie-inspanningen in de schoolomgeving. Bovendien nemen preventieprofessionals een proactieve houding aan tegenover gedragsproblemen, terwijl politieprofessionals doorgaans reactiever zijn geweest.14 Die benadering leent zich niet goed voor het concept preventie, en evenmin, in het geval van gedragsinterventies zoals hierboven genoemd, voor het onderkennen van het belang van het betrekken van leerlingen en het toepassen van passende instructiestrategieën om de leerervaring te versterken (bijvoorbeeld leerlingen van de onderbouw van het voortgezet onderwijs betrekken bij rollenspellen en ouders bij het oefenen van positieve opvoedingsvaardigheden).
Er zijn verschillende punten waarop politiefunctionarissen het werk van preventiespecialisten op scholen, op de werkplek, in de gemeenschap en in het jeugdstrafrecht zouden kunnen ondersteunen. Op scholen en op de werkplek kan de politie deel uitmaken van een stuurgroep voor preventie die beleid ontwikkelt over de reactie van de instelling op middelengebruik en -misbruik, ongeacht of het gebruik ter plaatse plaatsvindt of zich uit in gedrag dat de school- of werkprestaties nadelig beïnvloedt. Zo’n team zou het bestaande beleid over overtredingen in verband met middelengebruik en de reactie van een instelling op een overtreding kunnen doorlichten. Onderzoek heeft de waarde aangetoond van zo’n team, dat uit een verscheidenheid aan personeel en andere belangrijke betrokkenen zou moeten bestaan. Dit team zou ervoor zorgen dat het beleid in overeenstemming is met bekende goede praktijken, dat de hele school- of werkgemeenschap ervan op de hoogte is, en dat er ondersteunende, niet-bestraffende benaderingen zijn om overtredingen aan te pakken en aan middelengebruik gerelateerd gedrag te verminderen. De aanwezigheid van bewezen effectieve preventieprogramma’s op scholen, zoals LifeSkills Training15 of Positive Action,16 of op werkplekken, zoals Team Awareness,17 heeft in elk van beide settings positieve uitkomsten opgeleverd.
Een ander belangrijk interventiepunt voor de politie is het aanpakken van de toegankelijkheid en beschikbaarheid van psychoactieve middelen zoals tabak, alcohol en cannabis, door de regels voor verkoop aan minderjarigen te handhaven met acties waarbij jong ogende volwassenen deze middelen proberen te kopen en verkopers die niet om een identiteitsbewijs vragen een boete krijgen. Daarnaast kunnen boetes of het risico op intrekking van de vergunning worden toegepast wanneer personeel van horecagelegenheden alcohol verkoopt aan beschonken klanten, en kunnen mensen worden beboet voor roken op plaatsen waar dat verboden is. Andere succesvolle handhavingsinspanningen zijn alcoholcontroles langs de weg. De effecten van deze handhavingsinspanningen kunnen worden versterkt wanneer ze gepaard gaan met de inzet van media om de zichtbaarheid van deze activiteiten te vergroten. Een samenhangend pakket van bewezen effectieve regulerende maatregelen, veelzijdig en omvattend van aard, kan een grotere invloed hebben op middelengebruik en daarmee samenhangende problemen dan elk van die maatregelen afzonderlijk, vooral wanneer het beleid consequent wordt gehandhaafd.18
Aanbevelingen ter ondersteuning van de samenwerking tussen preventie- en politieprofessionals
Er zijn drie aandachtsgebieden waarlangs een samenwerking tussen preventie- en politieprofessionals op gang kan worden gebracht:
- Opleiding
- Gemeenschapsgerichte preventiecoalities
- Preventiepartnerschappen
Opleiding
De preventiewetenschap is een relatief nieuw vakgebied dat erkenning krijgt na decennia van onderzoek waarin theorieën over menselijke ontwikkeling en gezondheidsgedrag zijn toegepast om de determinanten en etiologie van risicogedrag te begrijpen. Theorieën over menselijke ontwikkeling helpen de normale en de verstoorde ontwikkeling te verklaren in relatie tot probleemgedrag zoals middelengebruik.19 Theorieën over gezondheidsgedrag hebben de belangrijkste determinanten van gezondheidsbeïnvloedend gedrag onderzocht, met bijzondere nadruk op gedrag dat effectieve preventieve interventies kunnen veranderen.20 Deze theorieën zijn ontwikkeld door studies uit te voeren waarin grote aantallen kinderen, adolescenten en volwassenen werden geobserveerd en getest. Daarnaast is het door de verbetering van beeldvormende hersentechnieken mogelijk geworden de hersenontwikkeling gedurende de levensloop te volgen. Door beeldvorming van de hersenen hebben we geleerd dat de hersenen van adolescenten pas begin twintig volledig rijp zijn, wat kan helpen verklaren waarom zij risicovolle beslissingen nemen over gedrag zoals middelengebruik.
Bovendien heeft de cognitieve theorie het onderwijs en ons inzicht in hoe mensen gedurende hun leven leren beïnvloed. Het vroege werk van Jean Piaget uit de jaren twintig beïnvloedt nog steeds ons begrip van cognitieve processen.21 Piagets observaties uit zijn onderzoek bij kinderen wijzen erop dat zij hun kennis opbouwen door de wereld om hen heen te observeren en door objecten in hun omgeving te manipuleren. Ze leren veel op eigen kracht door deze observaties en ‘experimenten’, en hun motivatie om te leren is intrinsiek. Cognitieve theorieën over hoe kinderen leren zijn ook van belang voor het ontwerp en de ontwikkeling van bewezen effectieve preventieve interventies en beleid.
Andere onderwijskundigen en cognitief psychologen hebben wezenlijk bijgedragen aan ons begrip van hoe mensen leren en hoe die kennis in het onderwijs kan worden toegepast. Benjamin Bloom22 bijvoorbeeld identificeerde en beschreef een hiërarchische ordening van cognitieve processen. Zijn taxonomie bestrijkt drie hoofddomeinen: het cognitieve, het affectieve en het psychomotorische. Leren op het hoogste niveau van elk domein is afhankelijk van het verworven hebben van de vereiste kennis en vaardigheden op de lagere niveaus, zodat elk domein voortbouwt op de niveaus eronder. Dit betekent bijvoorbeeld dat begrijpen het vermogen vereist om informatie te onthouden. En met begrip komt het vermogen om die informatie in de juiste situatie toe te passen en vervolgens de effecten ervan te analyseren en te beoordelen. Zo’n beoordeling biedt dan de gelegenheid om die informatie op een andere situatie toe te passen.
De taak van elke preventieve interventie is een fundament te leggen van eenvoudige kennis- en vaardigheidselementen, daarop in de loop van de tijd voort te bouwen met steeds complexere elementen, en het geleerde vervolgens op nieuwe situaties toe te passen. Effectief leren omvat dus een cognitief of mentaal proces dat niet alleen kennisverwerving inhoudt, maar ook begrip, kritisch denkvermogen, bewustzijn en groei in attitudes, emoties en gevoelens, en het vermogen om hulpmiddelen en instrumenten fysiek te hanteren. Bovendien moet dit proces de ontwikkelingsfase van het individu over de levensloop weerspiegelen en daarop zijn toegesneden.
Een andere belangrijke theoreticus is Jerome Bruner, wiens werk in de jaren zestig plaatsvond. Zijn leertheorie heeft directe implicaties voor de onderwijspraktijk. Ten eerste moet de instructie zijn afgestemd op het ontwikkelings- en opleidingsniveau van de lerenden. Ten tweede moet de stof vaak opnieuw worden bekeken in uiteenlopende contexten en met uiteenlopende strategieën, om de lerenden een dieper begrip en een langere retentie te bieden. Ten derde moet de stof in een gestructureerde volgorde worden aangeboden, die de lerenden de gelegenheid geeft kennis te verwerven en op te bouwen en nieuwe stof te transformeren en over te dragen of toe te passen. Daarom is het belangrijk lerenden aan te moedigen hun eerdere ervaringen te gebruiken om nieuwe stof te begrijpen en te kunnen vertalen. In dit proces moeten lerenden worden aangemoedigd de overeenkomsten en verschillen te zien tussen de nieuwe en de reeds verworven kennis. Bruner stelde ook dat terugkoppeling de vorm moet hebben van kennis of informatie, slechts ten dele gemotiveerd door cijfers en competitie; de voldoening is intrinsiek en komt voort uit het leerproces zelf. Het proces van heen en weer gaan tussen nieuwe en oude informatie en het opbouwen van een steeds complexere kennisbasis wordt spiraalvormig leren genoemd.23
Deze theorieën leren ons hoe mensen leren, ofwel hoe het leerproces verloopt. Even belangrijk is inzicht in de determinanten of factoren die het leren beïnvloeden, en in waarom iemand gemotiveerd is om te leren. Motivatie is eveneens een sleutel tot het leerproces, of die motivatie nu van binnenuit komt, intrinsiek, of wordt aangewakkerd door externe, extrinsieke invloeden.24
Al deze theorieën zijn belangrijk omdat ze ons helpen begrijpen welke soorten interventies passend zijn voor elke ontwikkelingsperiode, van de zuigelingentijd tot de middelbare en de oudere leeftijd, en omdat ze aangeven wanneer en hoe kan worden ingegrepen om een positieve, gezonde ontwikkeling te bevorderen. Het is deze kennis die de ontwikkeling schraagt van de preventieve interventies waarvan in rigoureus onderzoek positieve langetermijnuitkomsten zijn vastgesteld.25
Bovendien heeft ook de ontwikkeling en handhaving van beleid gericht op risicogedrag zoals middelengebruik een theoretische basis, vooral in de sociale controle.26 Sociale controle komt tot uitdrukking in de handhaving van beleid dat risicogedrag aanpakt en reguleert door duidelijk te maken dat het gedrag in een bepaalde gemeenschap niet normatief en dus niet aanvaardbaar is. Boetes en andere maatregelen als reactie op overtredingen van dat beleid bekrachtigen dit principe.
Waarom is deze bespreking belangrijk? De complexiteit van het ontwerp van theoriegestuurde preventieprogramma’s vereist inzicht in het fundament van de interventie, zowel van geprotocolleerde programma’s als van beleid, zodat zij worden geïmplementeerd of gehandhaafd zoals ontworpen. Zo’n inzicht vereist opleiding, zowel in kennis over de opbouw en het logische model van de preventieaanpak als in de vaardigheden om die uit te voeren en te handhaven zoals ontworpen. Alle dienstverleners die preventieprogramma’s aanbieden, moeten begrijpen hoe de preventiewetenschap wordt toegepast op bewezen effectieve interventies om sterke positieve uitkomsten te bereiken, en dus waarom modelgetrouwe implementatie cruciaal is. Als preventie- en politieprofessionals dus de krachten willen bundelen in gezamenlijke teams voor preventie, moeten zij samen worden opgeleid in de grondslagen van de preventiewetenschap en de toepassing ervan op de implementatie van bewezen effectieve interventies en beleid.
Gemeenschapsgerichte preventiecoalities
Een arena waarin preventie- en politieprofessionals kunnen samenwerken om middelengebruik aan te pakken, zijn gemeenschapsgerichte preventiecoalities. De betrokkenheid van de gemeenschap bij het oplossen van volksgezondheidsproblemen gaat mogelijk terug tot de Zwarte Dood. Het integreren van verschillende facetten van de gemeenschap vormt al heel lang het fundament van de publieke gezondheid, vooral sinds het besef dat het veranderen van individueel gedrag ontoereikend was om de gezondheid van de hele gemeenschap aan te pakken. Overal ter wereld zijn veel pogingen gedaan om de gemeenschap op de een of andere manier te betrekken bij het aanpakken van haar gezondheidsbehoeften.
Recente voorbeelden van zulke inspanningen in de Verenigde Staten zijn de Stanford Three Community Study, uitgevoerd door Stanford University van 1979 tot 1990,27 en het Midwestern Prevention Project, uitgevoerd door de University of Southern California in de jaren tachtig.28
De Stanford Three Community Study gebruikte een gemeenschapsbrede voorlichtingscampagne om hart- en vaatziekten aan te pakken door voedingsgewoonten te veranderen en het roken onder de algemene bevolking te verminderen. Het Midwestern Prevention Project pakte middelengebruik in Kansas City, Missouri, aan met massamediale programma’s, een schoolgebonden onderwijsprogramma, oudervoorlichtingsprogramma’s, gemeenschapsorganisaties waaronder leiders uit het bedrijfsleven, en gezondheidsbeleidscomponenten die gedurende een periode van zes jaar achtereenvolgens werden ingevoerd. Deze studies lieten zien hoe meerdere interventies binnen een afgebakend geografisch gebied invloed kunnen hebben op gezondheidsgerelateerd gedrag.
Voortbouwend op deze geschiedenis financierde het Center for Substance Abuse Prevention eind jaren negentig een groot aantal gemeenschapspartnerschappen, en steunde de Robert Wood Johnson Foundation de Fighting Back Community Coalitions. Twee bewezen effectieve benaderingen van gemeenschapscoalities die door het National Institute on Drug Abuse worden gesteund, zijn Communities That Care29 en PROSPER (PROmoting School-community-university Partnerships to Enhance Resilience).30 Momenteel zijn er wellicht duizenden gemeenschapsgerichte preventiecoalities in het hele land.31 Niet al deze coalities werken echter op basis van evidentie, en hun waarde en effectiviteit zijn in twijfel getrokken.32 De financiering van deze coalities komt uit uiteenlopende bronnen op lokaal, staats- en federaal niveau. De coalities bieden preventie- en politieprofessionals de gelegenheid om nauw samen te werken.33
Preventiepartnerschappen
Van groot belang is het aangaan van partnerschappen om bewezen effectieve preventieprogramma’s aan te bieden die inspelen op de behoeften van de gemeenschap.34 Ongeacht of zij als gemeenschapscoalitie zijn geformaliseerd, hebben deze groepen toegang nodig tot gegevens over de omvang van het probleem in de gemeenschap, wie het treft en waar zij te vinden zijn. Die informatie omvat niet alleen bezoeken aan de spoedeisende hulp of sterfgevallen waarbij psychoactieve middelen betrokken zijn (bijvoorbeeld overdoses, suïcidepogingen), maar ook kenmerken van opnames in de verslavingszorg, overtredingen van school- en wettelijke regels in verband met middelengebruik, aan middelengebruik gerelateerde arrestaties en analyses van in beslag genomen middelen. De politie heeft een sleutelrol bij het helpen identificeren van zorgpunten in de gemeenschap en bij de ontwikkeling van ‘dashboards’ die in één oogopslag laten zien welke problemen de gemeenschap ervaart en hoe die zich in omvang en ernst verhouden tot die van vergelijkbare en naburige gemeenschappen.
Zoals eerder opgemerkt vereist de betrokkenheid van politiefunctionarissen en preventieprofessionals bij de directe uitvoering van welke bewezen effectieve preventieve interventie dan ook inzicht in de basisstructuur van de interventie, met inbegrip van het logische model waarop zij berust. Omdat bewezen effectieve programma’s bovendien zijn opgezet voor een specifieke leeftijdsgroep, is training in leeftijdsadequate instructiestrategieën even belangrijk als een volledige beheersing van de inhoud van het programma. Deze kanttekeningen gelden zowel voor onderwijsgevenden die niet in de preventiewetenschap zijn geschoold als voor politiefunctionarissen.
Volgende stappen
Wat kan de preventie- en de politiegemeenschap samenbrengen in een productief en wederzijds respectvol partnerschap om het gezamenlijke doel na te streven van het voorkomen van middelengebruik en daarmee samenhangend risicogedrag? Wat kan de muren slechten van de financierings- en conceptuele silo’s waarin elk van beide opereert? Gezien de zeer verschillende paradigma’s die de preventiebenadering van elk beroep bepalen, zal dit waarschijnlijk een lastige opgave zijn. Zoals eerder aangegeven35 hebben anderen echter niet alleen de overlap in gemeenschapsdoelen opgemerkt, maar ook bewijs geleverd voor de kansen en het succes van zulke samenwerkingen.36 Onze suggesties voor hoe in een gemeenschappelijke onderneming vooruitgang kan worden geboekt, omvatten de volgende stappen. Wij zijn van mening dat het leiderschap voor een initiatief van deze aard van bovenaf moet komen. Wij stellen voor dat het Office of Drug Control Policy en het Amerikaanse ministerie van Justitie hun overtuigingskracht aanwenden om een groep nationaal erkende deskundigen uit de politiewetenschap en de preventie bijeen te brengen die een gemeenschappelijk belang en een gemeenschappelijke focus hebben. Doel daarvan moet de ontwikkeling van een witboek zijn dat verkent en voorstelt langs welke strategieën preventiestrategieën en -benaderingen over de grenzen van beroepsoriëntaties heen kunnen worden vervlochten. Het document moet ook de belangrijkste belemmeringen voor samenwerking benoemen en aangeven hoe die kunnen worden overwonnen of ten minste verzacht. Het moet eveneens specifieke gebieden aanbevelen waarop preventie- en politieprofessionals wederzijds moeten worden opgeleid, willen zij elkaars leidende beginselen en operationele omgeving begrijpen. Het witboek moet ook specifieke aanbevelingen doen over bestaande financieringsbronnen die kunnen worden aangeboord om de ontwikkeling van interdisciplinaire teams te ondersteunen, gericht op de uitwerking van een gezamenlijke implementatie van belangrijke preventiestrategieën van gemeenschappelijk belang op gemeenschapsniveau. Het document moet ook nieuwe financieringsbronnen voorstellen – bijvoorbeeld van de federale overheid of geïnteresseerde stichtingen – die nodig kunnen zijn om dit initiatief te ondersteunen. De volgende logische stap zou een conferentie op uitnodiging zijn, nationaal van opzet en bedoeld om de concepten en suggesties van het witboek systematisch te bespreken met een gecombineerd publiek van preventie- en politiefunctionarissen. Daarop zouden herzieningen van het document volgen.
Dit initiatief zou aan het einde van dit proces gemakkelijk kunnen stranden zonder verdere begeleiding en financiële steun. Wij stellen voor dat verschillende pilotlocaties zorgvuldig worden geselecteerd – wellicht via een competitieve subsidieprocedure – als laboratorium waarin de aanbevelingen van het witboek in praktijk worden gebracht. Bepalend voor het succes van deze pilotlocaties zou hun bereidheid zijn om doorlopend nauw overleg te voeren met deskundigen uit zowel de politiewetenschap als de preventiewetenschap. De pilotlocaties, die als broedplaatsen zouden dienen voor de ontwikkeling en implementatie van vervlochten preventiestrategieën, zouden vervolgens ten minste drie jaar zorgvuldig moeten worden gevolgd en in afzonderlijke casestudy’s beschreven. De bevindingen uit die casestudy’s zouden dan kunnen worden samengebracht in een leidraad die de verdere ontwikkeling van dit prille praktijkveld onderbouwt.
Discussie
Twee belangrijke kwesties zijn in dit artikel niet rechtstreeks behandeld, omdat zij op zichzelf aanzienlijke aandacht zouden vergen. Een daarvan is de ‘war on drugs’ en de implicaties ervan voor het wantrouwen tegenover de politie binnen gemeenschappen. Hoewel relevant, heeft de ‘war on drugs’, en het wantrouwen in veel gemeenschappen, geleid tot de invoering van veel harde strafwetten, vooral wanneer middelen in het spel zijn. Zulke wetten zouden de toepasbaarheid en effectiviteit van het voorgestelde beleid uiteraard kunnen ondermijnen. Met de legalisering van cannabis en een hernieuwde aandacht voor decriminalisering zouden de kansen om de positieve rol van de politie bij het aanpakken van gemeenschapsproblemen via preventie te versterken, in het bijzonder in samenwerking met gemeenschapsgerichte organisaties voor preventie, gezondheid en sociale dienstverlening, echter moeten helpen het vertrouwen in de politie weer op te bouwen.
Een andere kwestie is de focus op de Verenigde Staten. Wij hebben de Verenigde Staten bewust als voorbeeld genomen van hoe de politie in een preventiekader kan worden geïntegreerd, omdat dit ons het meest vertrouwd is. Deze rol is echter niet tot één land beperkt, maar kan wereldwijd in het politiewerk worden geïntegreerd. In het besef daarvan heeft het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC) de Guidelines for the Role of Law Enforcement Officers in the Classroom ontwikkeld, opgesteld tijdens een door de VN gesteund symposium over dit onderwerp in Wenen. Het uitgangspunt van de richtlijnen is: ‘… to improve the effectiveness of pre-existing and ongoing work of Law Enforcement Officers (LEO) involved in substance use prevention in schools. Its intentions are to incite LEO to re-assess their mode of operation and align their work with what the science of prevention suggests doing in such settings.’ (… de effectiviteit verbeteren van het reeds bestaande en lopende werk van politiefunctionarissen die betrokken zijn bij de preventie van middelengebruik op scholen. De bedoeling is politiefunctionarissen ertoe aan te zetten hun werkwijze opnieuw te beoordelen en hun werk in lijn te brengen met wat de preventiewetenschap voor zulke settings aanbeveelt)37 De richtlijnen zijn een poging om de politie wereldwijd houvast te bieden over hoe zij bewezen effectieve preventie-inspanningen op hun scholen het beste kan ondersteunen. Dit maakt deel uit van de inspanning van UNODC om bij te dragen ‘… to global peace and security, sustainable development and human rights by helping to make the world safer from drugs, crime, corruption and terrorism’ (… aan wereldwijde vrede en veiligheid, duurzame ontwikkeling en mensenrechten, door te helpen de wereld veiliger te maken tegen drugs, criminaliteit, corruptie en terrorisme).38 Deze richtlijnen beginnen het fundament te leggen voor een internationale inspanning om de doelen en activiteiten van de rechtshandhaving en de preventie met elkaar te vervlechten.
Over de auteurs
Zili Sloboda, Sc.D., President, Applied Prevention Science International.
Christopher Ringwalt, Dr.P.H., Senior Scientist, Pacific Institute for Research and Evaluation.
Literatuur
Geoffrey T. Fong, Lorraine V. Craig, Roman Guignard, Gera E. Nagelhout, Megan K. Tait, Pete Driezen, et al. “Evaluation of the Smoking Ban in Public Places in France One Year and Five Years after its Implementation: Findings from the ITC France Survey.” Bulletin Épidémiologique Hebdomadaire (Paris), 20(21), 217-223 (2013). PMID: 24803715; PMCID: PMC4009376.
Ashleigh K. Morse, Mina Askovic, Jayden Sercombe, Kate Dean, Alana Fisher, Christina Marel, et al. “A Systematic Review of the Efficacy, Effectiveness and Cost-Effectiveness of Workplace-Based Interventions for the Prevention and Treatment of Problematic Substance Use.” Frontiers of Public Health, 10:1051119 (2022). doi: 10.3389/fpubh.2022.1051119. PMID: 36419993; PMCID: PMC9676969.
Simon Perry, Badi Hasisi & David Weisburd. “The Contribution of the ‘Super Evidence Cop’: Key Role of Police Leaders in Advancing Evidence-Based Policing.” In: Verma, A., Das, D.K. (eds) Police Leaders as Thinkers. Springer, Cham. (2023). https://doi.org/10.1007/978-3-031-19700-0_6.
Elisa M. Trucco, Nilofar Fallah-Sohy, Julie V. Cristello & Sarah A. Hartmann. “The Role of Socialization Contexts on Adolescent Substance Use Across Racial and Ethnic Groups.” Current Addiction Reports, 10(3), 412-421 (2023). doi: 10.1007/s40429-023-00496-1. Epub 2023 May 23. PMID: 37691834; PMCID: PMC10491413.
Vincent B. Hasselt, V., Gary Killam, Kari M. Schlessinger, Tina M. DiCicco, William F. Anzalone Jr., et al. “The Adolescent Drug Abuse Prevention and Treatment (ADAPT) Program: A Mental Health-Law Enforcement Collaboration.” Journal of Child & Adolescent Substance Abuse, 15:2, 87-104 (2006). DOI: 10.1300/J029v15n02_05.
Eindnoten
Bureau of Justice, website (https://bjs.ojp.gov/glossary?page=5#glossary-terms-block-1-whw1p81svq11v0je, geraadpleegd op 2 februari 2024.↩︎
Bijvoorbeeld David Weisburd & Peter Neyroud. Police Science: Toward a New Paradigm (2011). Harvard Kennedy School Program in Criminal Justice Policy and Management.↩︎
Society for Prevention Research. (2011). Standards of Knowledge. https://preventionresearch.org/advocacy/#SofK.↩︎
In het politiewerk: … ‘a decision-making process which integrates the best available evidence, professional judgement, and community values, preferences and circumstances’ (een besluitvormingsproces dat het best beschikbare bewijs, het professionele oordeel en de waarden, voorkeuren en omstandigheden van de gemeenschap integreert), Stephan Klose. “Redefining Evidence-Based Policing.” Policing: A Journal of Policy and Practice, 18, 1–7 (2024). https://doi.org/10.1093/police/paad095; p. 1; in de preventie: … ‘prevention programs, strategies, and policies that have been rigorously tested under research conditions and found to be effective in changing adolescent drug use behavior and attitudes’ (preventieprogramma’s, -strategieën en -beleid die onder onderzoeksomstandigheden rigoureus zijn getoetst en effectief zijn gebleken in het veranderen van het drugsgebruik en de attitudes van adolescenten), Mary Ann Pentz. “Evidence-Based Prevention: Characteristics, Impact, and Future Direction.” Journal of Psychoactive Drugs, 35 Suppl 1, 143-152 (2003). doi: 10.1080/02791072.2003.10400509. PMID: 12825757.↩︎
Bijvoorbeeld Zili Sloboda & Susan B. David. “Commentary on the Culture of Prevention.” Prevention Science, 22, 84–90 (2021). https://doi.org/10.1007/s11121-020-01158-8.↩︎
LuAnne Rohrbach, Christopher L. Ringwalt, Susan T. Ennett & Amy A. Vincus. “Factors Associated with Adoption of Evidence-Based Substance Use Prevention Curricula in US School Districts.” Health Education Research, 20(5), 514-526 (2005). doi: 10.1093/her/cyh008. Epub 2005 Feb 1. PMID: 15687101.↩︎
Sherman, L.W. (1998). Evidence-Based Policing. https://www.policinginstitute.org/wp-content/uploads/2015/06/Sherman-1998-Evidence-Based-Policing.pdf.↩︎
Bijvoorbeeld Judith S. Brook, Irving F. Lukoff, & Martin Whiteman. “Initiation into Adolescent Marijuana Use.” The Journal of Genetic Psychology, 137(1st Half), 133-142 (1980). doi: 10.1080/00221325.1980.10532808. PMID: 6968818; Kazuo Yamaguchi & Denise B. Kandel. “Patterns of Drug Use from Adolescence to Young Adulthood: II. Sequences of Progression.” American Journal of Public Health, 74(7), 668-672 (1984). doi: 10.2105/ajph.74.7.668. PMID: 6742252; PMCID: PMC1651663; Kristine Marceau. “The Role of Parenting in Developmental Trajectories of Risk for Adolescent Substance Use: A Bioecological Systems Cascade Model.” Frontiers of Psychology, 20, 14:1277419 (2023). doi: 10.3389/fpsyg.2023.1277419. PMID: 38054168; PMCID: PMC10694242; Katie A. Weatherson, Meghan O’Neill, Erica Y. Lau, Wei Qian, Scott T. Leatherdale & Guy E. J. Faulkner. “The Protective Effects of School Connectedness on Substance Use and Physical Activity.” Journal of Adolescent Health, 63(6), 724-731 (2018). doi: 10.1016/j.jadohealth.2018.07.002. Epub 2018 Sep 28. PMID: 30269908.↩︎
Diana H. Fishbein & Zili Sloboda. “A national strategy for preventing substance and opioid use disorders through evidence-based prevention programming that fosters healthy outcomes in our youth.” Clinical Child & Family Psychology Reviews. 26:1–16 (2023).↩︎
Shepherd, J.P. & Sumner, S.A. (2017). ‘Policing and Public Health-Strategies for Collaboration.’ Journal of the American Medical Association, 317(15), 1525-1526. doi: 10.1001/jama.2017.1854. PMID: 28358946; PMCID: PMC5814117; Auke J. van Dijk, Victoria Herrington, Nick Crofts, Robert Breunig, Scott Burris, Helen Sullivan, et al. “Law Enforcement and Public Health: Recognition and Enhancement of Joined-Up Solutions.” Lancet, 393(10168), 287-294 (2019). doi: 10.1016/S0140-6736(18)32839-3. PMID: 30663598; Marc Krupanski, Melissa Jardine, Brendan Cox, Tim France, Bill Stronach & Nick Crofts. “Envisioning the Future: Police and Public Health Joining Forces.” Journal of Community Safety and Well-Being, 5(4), 136–137 (2020).↩︎
Diana H. Fishbein & Zili Sloboda. “A national strategy for preventing substance and opioid use disorders through evidence-based prevention programming that fosters healthy outcomes in our youth.” Clinical Child & Family Psychology Reviews. 26:1–16 (2023).↩︎
Bijvoorbeeld Richard R. Clayton, Anne M. Cattarello & Brian M. Johnstone, B.M. “The Effectiveness of Drug Abuse Resistance Education (project DARE): 5-Year Follow-Up Results.” Prevention Medicine, 25(3), 307-318 (1996). doi: 10.1006/pmed.1996.0061. PMID: 8781009; Juliana Y. Valente & Zila Sanchez. “Short-term Secondary Effects of a School-Based Drug Prevention Program: Cluster-Randomized Controlled Trial of the Brazilian Version of DARE’s Keepin’ it REAL.” Prevention Science, 23(1), 10-23 (2022). doi: 10.1007/s11121-021-01277-w. Epub 2021 Jul 5. PMID: 34226985.↩︎
Bijvoorbeeld Michelle A. Bolger, Daniel J. Lytle & P. Colin Bolger. (2021). “What Matters in Citizen Satisfaction with Police: A Meta-Analysis.” Journal of Criminal Justice, 72, 101760 (2021); Adam D. Fine, Sachiko Donley, Caitlin Cavanagh, & Elizabeth Cauffman. “Youth Perceptions of Law Enforcement and Worry About Crime from 1976 to 2016.” Criminal Justice and Behavior, 47(5), 564-581 (2020). https://doi.org/10.1177/0093854820903752.↩︎
Bijvoorbeeld National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine. “Proactive Policing: Effects on Crime and Communities”. Washington, DC: The National Academies Press (2018) https://doi.org/10.17226/24928; Scott A. Waldman & Andre Terzic. “Health Care Evolves from Reactive to Proactive.” Clinical Pharmacologic Therapies, 105(1), 10-13 (2019). doi: 10.1002/cpt.1295. PMID: 30597564; PMCID: PMC6314203.↩︎
Kenneth W. Griffin, Gilbert J. Botvin, Lawrence M. Scheier & Christopher Williams. ‘Long-term Behavioral Effects of a School-Based Prevention Program on Illicit Drug Use among Young Adults.’ Journal of Public Health Research, 12(1), 22799036221146914. (2023). doi: 10.1177/22799036221146914. PMID: 36654812; PMCID: PMC9841862.↩︎
Niloofar Bavarian , Kendra M Lewis, Stefanie Holloway, Luwissa Wong, Naida Silverthorn, David L DuBois, et al. “Mechanisms of Influence on Youth Substance Use for a Social-Emotional and Character Development Program: A Theory-Based Approach.” Substance Use and Misuse, 57, no. 12 (2022):1854-1863. doi: 10.1080/10826084.2022.2120359. Epub 2022 Sep 11. PMID: 36093809.↩︎
Joel B. Bennett, Camille R. Patterson, G. Shawn Reynolds, Wyndy L. Wiitala, and Wayne E. K. Lehman, “Team Awareness, Problem Drinking, and Drinking Climate: Workplace Social Health Promotion in a Policy Context.” American Journal of Health Promotion, 19, no. 2 (2004): 103-113.↩︎
Bijvoorbeeld Robert L. Flewelling, Joel W. Grube, M.J. Paschall, M.J., Anthony Biglan, Anne Kraft, Carol Black, et al. “Reducing Youth Access to Alcohol: Findings from a Community-Based Randomized Trial.” American Journal of Community Psychology, 51(1-2), 264-277 (2013). doi: 10.1007/s10464-012-9529-3. PMID: 22688848; PMCID: PMC3790581; Joel W. Grube & Kathryn Stewart. “Preventing Impaired Driving Using Alcohol Policy.” Traffic Injury Prevention, 5(3), 199-207 (2004). doi: 10.1080/15389580490465229. PMID: 15276920; Anne T. McCartt, Laurie A. Hellinga & Bevan B. Kirley. “The Effects of Minimum Legal Drinking Age 21 Laws on Alcohol-Related Driving in the United States.” Journal of Safety Research, 41(2), 173-181 (2010). doi: 10.1016/j.jsr.2010.01.002. Epub 2010 Mar 9. PMID: 20497803; M.J. Paschall, Joel W. Grube, Ted R. Miller, Christopher L. Ringwalt, Deborah A. Fisher & William DeJong, W. “Evaluation of a Mystery Shopper Intervention to Reduce Sales of Alcohol To Minors in Zacatecas and Guadalupe, Mexico.” Journal of Drug Education, 49(3-4), 115-124 (2020). doi: 10.1177/0047237920981776. Epub 2020 Dec 20. PMID: 33342304.↩︎
Bijvoorbeeld Albert Bandura, “Applying Theory for Human Betterment.” Perspectives on Psychological Science, 14, no. 1 (2019): 12-15. doi: 10.1177/1745691618815165. PMID: 30799756; Karen Glanz & Donald B. Bishop. “The Role of Behavioral Science Theory in Development and Implementation of Public Health Interventions.” Annual Review of Public Health, 31:399-418 (2010). doi: 10.1146/annurev.publhealth.012809.103604. PMID: 20070207.↩︎
LuAnne Rohrbach. “Design of Prevention Interventions.” In: Zili Sloboda & Hanno Petras. Defining Prevention Science, pp. 275-292 (2014). New York, New York: Springer.↩︎
John Renner. “Research, Teaching, and Learning with the Piaget Model”. (1976). Norman, OK: University of Oklahoma Press.↩︎
Benjamin S. Bloom, Max D. Engelhart, Edward J. Furst, Walker H. Hill, and David R. Krathwohl, D.R. “Taxonomy of educational objectives: The classification of educational goals. Handbook I: Cognitive domain.” (1956), New York: David McKay Company.↩︎
Jerome Bruner, “Going Beyond the Information Given” (1973). New York: Norton.↩︎
Jeanne E. Ormrod. “Human Learning” (5th ed.) (2007). Upper Saddle River: Pearson Prentice Hall.↩︎
United Nations Office on Drugs and Crime-World Health Organization. (2013/2018). International Standards on Drug Use Prevention. https://www.unodc.org/documents/prevention/UNODC-WHO_2018_prevention_standards_E.pdf.↩︎
Bijvoorbeeld Travis Hirschi. “Causes and Prevention of Juvenile Delinquency.” Sociological Inquiry, 47(3-4), 322-341 (1997); John MacDonald, J. “Criminal Justice Reform Guided by Evidence: Social Control Works – The Academy of Experimental Criminology 2022 Joan McCord Lecture.” Journal of Experimental Criminology (2023). https://doi.org/10.1007/s11292-023-09558-w.↩︎
Stephen F. Fortmann, C. Barr Taylor, June A. Flora & Darius E. Jatulis. “Changes in Adult Cigarette Smoking Prevalence After 5 Years of Community Health Education: The Stanford Five-City Project.” American Journal of Epidemiology, 137(1): 82-96 (1993).↩︎
Mary Ann Pentz, M.A., James H. Dwyer, David P. MacKinnon, Brian R. Flay, William B. Hansen, Eric Yu I Wang, & C. Anderson Johnson. “A Multicommunity Trial for Primary Prevention of Adolescent Drug Abuse Effects on Drug Use Prevalence.” Journal of the American Medical Association, 261(22):3259-3266 (1989).↩︎
Kevin P. Haggerty, Vaughnetta J. Barton, Richard F. Catalano, R.F., Margaret L. Spearmon, Edith C. Elion, Raymond C. Reese & Edwina S. Uehara. “Translating Grand Challenges from Concept to Community: The “Communities in Action” Experience.” Journal of the Society for Social Work and Research, 8:137-159 (2017).↩︎
Richard R. Spoth, Cleve Redmond, Chungyeol Shin, Mark Greenberg, Mark Feinberg & Lisa Schainker. “PROSPER Community-University Partnerships Delivery System Effects on Substance Use Through 6½ years Past Baseline from a Cluster Randomized Controlled Intervention Trial.” Preventive Medicine, 56, 190-196 (2013).↩︎
Community Anti-Drug Coalitions of America (CADCA), https://www.cadca.org/; Centers for Disease Control and Prevention (CDC), “Drug-Free Communities (FC) Support Program,” https://www.cdc.gov/drugoverdose/drug-free-communities/coalitions.html.↩︎
Denise Hallfors, Hyunsan Cho, David Livert & Charles Kadushin. “Fighting Back Against Substance Abuse: Are Community Coalitions Winning?” American Journal of Preventive Medicine, 23(4), 237-245 (2002). doi: 10.1016/s0749-3797(02)00511-1. PMID: 12406477.↩︎
Laura Tinner, Claire Kelly, Deborah Caldwell & Rona Campbell. “Community Mobilisation Approaches to Preventing Adolescent Multiple Risk Behaviour: A Realist Review.” Systematic Reviews, 13(1), 75 (2024). doi: 10.1186/s13643-024-02450-2. PMID: 38409098.↩︎
Bijvoorbeeld Lauren Hajjar, Brittany S. Cook, Ariel Domlyn, Kassy Alia Ray, David Laird, Abraham Wandersman. “Readiness and relationships are crucial for coalitions and collaboratives: concepts and evaluation tools.” New Directions for Evaluation, 22(65), 103-122, (2021); Jay C. Butler, Mitchell L. Cohen, Cindy R. Friedman, Robert M. Scripp, and Craig G. Watz. “Collaboration Between Public Health and Law Enforcement: New Paradigms and Partnerships for Bioterrorism Planning and Response.” Emerging Infectious Diseases, 8(10), 1152-1156 (2002). doi: 10.3201/eid0810.020400. PMID: 12396931; PMCID: PMC2730308; Zaid El-Khatib, Celina Herrera, Giovanna Campello, Elizabeth Mattfeld & Wadih Maalouf. “The Role of Law Enforcement Officers/Police in Drug Prevention within Educational Settings – Study Protocol for the Development of a Guiding Document Based on Experts’ Opinions.” International Journal of Environmental Research and Public Health, 18, 2613 (2021). https://doi.org/10.3390/ijerph18052613.↩︎
Bijvoorbeeld Shepherd, J.P. & Sumner, S.A. (2017). ‘Policing and Public Health-Strategies for Collaboration.’ Journal of the American Medical Association, 317(15), 1525-1526. doi: 10.1001/jama.2017.1854. PMID: 28358946; PMCID: PMC5814117; Marc Krupanski, Melissa Jardine, Brendan Cox, Tim France, Bill Stronach & Nick Crofts. “Envisioning the Future: Police and Public Health Joining Forces.” Journal of Community Safety and Well-Being, 5(4), 136–137 (2020). Al deze auteurs hebben vergelijkbare concepten voorgesteld over het raakvlak tussen rechtshandhaving en publieke gezondheid; Auke J. van Dijk, Victoria Herrington, Nick Crofts, Robert Breunig, Scott Burris, Helen Sullivan, et al. “Law Enforcement and Public Health: Recognition and Enhancement of Joined-Up Solutions.” Lancet, 393(10168), 287-294 (2019). doi: 10.1016/S0140-6736(18)32839-3. PMID: 30663598.↩︎
Margaret E Balfour , Scott L Zeller, “Community-Based Crisis Services, Specialized Crisis Facilities, And Partnerships with Law Enforcement.” Focus (American Psychiatric Publishing), 21, no. 1 (2023): 18-27. doi: 10.1176/appi.focus.20220074. PMID: 37205037; PMCID: PMC10172540.↩︎
United Nations Office on Drugs and Crime. (2023). Guidelines for the Role of Law Enforcement Officers in the Classroom. p. 5, https://www.unodc.org/res/prevention/prevention-guidelines_html/A_Guiding_Document_-_The_Role_of_Law_Enforcement_Officers_in_Drug_Use_Prevention_within_School_Settings_updated.pdf.↩︎
Ibid.↩︎
Bron en licentie
Dit is een vertaling van: Zili Sloboda, Christopher Ringwalt, ‘The Role of Law Enforcement in the Reduction of Substance Use and Other Behavioural Health Risks: Substance Use as a Focus: United States as an Example.’ International Journal of Police Science 4, no. 1 (2025). DOI: 10.56331/ijps.v3i2.9847. Origineel: ijps-journal.org.
Het artikel is gepubliceerd onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel 4.0 Internationaal (CC BY-NC 4.0); de auteurs behouden het auteursrecht. Het wordt hier met bronvermelding weergegeven, uit het Engels in het Nederlands vertaald en zonder inhoudelijke wijziging. De eindnoten van het origineel, in Romeinse cijfers, zijn hier genummerd 1–38, evidente typografische fouten zijn stilzwijgend gecorrigeerd, en de drie figuren zijn voor deze site opnieuw getekend. Bij twijfel is de gepubliceerde versie bij het tijdschrift leidend.
Trefwoorden van het origineel: Prevention, Law Enforcement, Policing, Prevention Science, Policing Science.