Activiteitenplanner
De drie ingrediënten vooraf doordenken en achteraf evalueren
Vul de tabellen vóór de activiteit in. Laat de laatste kolom leeg tot de activiteit heeft plaatsgevonden.
Kansen:Hoe krijgen de kinderen de kans om mee te doen en mee te praten?
| Hoe betrekken we de kinderen? | Hoe houden we rekening met leeftijd en rijpheid? | Na de activiteit |
|---|---|---|
Welke trede van participatie bereikt de activiteit?Participatieladder naar Hart (1992)
- 1 Manipulatie
- 2 Decoratie
- 3 Schijnparticipatie
- 4 Toegewezen, maar geïnformeerd
- 5 Geraadpleegd en geïnformeerd
- 6 Door volwassenen gestart, samen met kinderen beslist
- 7 Door kinderen gestart en geleid
- 8 Door kinderen gestart, samen met volwassenen beslist
Bij trede 1 tot en met 3 doen kinderen alleen in naam mee. Echte participatie begint bij trede 4.
Vaardigheden:Wat moet een kind kunnen om de taak te volbrengen?
| Wat leren we aan? | In welke stappen? | Wie leert het aan, en wat heeft die persoon nodig? | Na de activiteit |
|---|---|---|---|
Erkenning:Hoe erkennen we inzet, vooruitgang en bereikte doelen?
| Hoe erkennen we het? | Wanneer? | Hoe weet elk kind dat het voor hem of haar bedoeld is? | Na de activiteit |
|---|---|---|---|